|
|
Uitgelezen
Af en toe lees ik een boek dat over
fietsen gaat. Soms is dit leuk, en soms is dit fantastisch.
Regelmatig schrijf ik op wat ik dan van vind en dat publiceer
ik op het forum van de wereldfietser. En op deze pagina worden
alle recensies bijeengebracht.
|
|
|
 |
Ellie Bennet
Mud, sweat and gears
Uitgegeven door Summersdale (Engelstalig)
ISBN 978-1-84953-220-4
Het fietsen van Land's end naar John O'Groats in
Engeland staat al een tijdje op mijn to-do
lijstje. Sterker nog, hij staat voor volgend
jaar op het programma. Als voorbereiding daarop
vind ik het leuk om de reisverhalen van anderen,
die LEJOG gedaan hebben, te lezen. Dus toen in
de mailing van Sustrans (een soort Engelse
fietsersbond) dit boek langs kwam, was de
bestelling zo gedaan.
Ik ken inmiddels al vele routemogelijkheden voor
deze tocht. Maar deze variant kende ik nog niet.
Deze route loopt namelijk voornamelijk via de
pub. De twee fietsers, Ellie en Mick, houden wel
van een goed biertje. Het liefst van een lokale
brouwer. Achterin het boek staat de top 50 (!!)
van beste bieren die ze gehad hebben. Het waren
er dus meer.
Ze zijn beide niet echt getraind en hebben beide
weinig fietservaring. En ze maken mee wat wij
allemaal wel mee hebben gemaakt. Regen,
tegenwind, drukke autowegen, hellingen en geen
plaats om te overnachten. Geen camping, te
slecht weer om te kamperen of geen B&B
beschikbaar. We kennen het allemaal. Ellie weet
dit alles op een prettige manier te beschrijven,
met de nodige zelfspot. Zo gaat, voor de
gezelligheid, een 70-jarige fietser met hun op
pad (ze zijn zelf 50) maar die haakt al snel af
omdat het te langzaam gaat.
In het begin gaat het boek meer over het eigen
lijden en de relatie met Mick. Gaandeweg weet ze
steeds meer te vertellen van de plaatsen waar ze
komen en de omgeving. Als Engeland liefhebber
vind ik dat hier een paar interessante stukjes
bij zitten.
Jammer vind ik het feit dat er nauwelijks
kaartjes en foto's in het boek zitten. Er zit
één overzichtskaarten voorin en daar moet je het
mee doen. Ik vind gedetailleerdere kaartjes om
de route goed te kunnen volgen prettig. Nu moest
ik af en toe Google Maps erbij pakken.
Al met al heb ik best wel plezier gehad met het
lezen van dit boek. En één idee heb ik zeker
overgehouden na het lezen; als ik volgend jaar
LEJOG doe, dan ga ik onderweg ook de locale
bieren proeven. Niet dat ik de 50 wil halen,
maar een goede 'ale' gaat er altijd wel in.
|
|
Steven Geirnaert
Foto Vélo : Impressies en gedachten uit 20.000
km Azië
Uitgegeven in eigen beheer
ISBN 978-90-902813-3
Enigszins teleurgesteld blader ik in eerste
instantie het boekje door. Niet om het boekje
zelf. Maar ik vraag de auteur altijd te signeren
en Steven heeft dit, bewust of onbewust, niet
gedaan. Jammer maar uiteindelijk geen probleem
want de inhoud maakt dit gemis ruimschoots goed.
Steven en Heidi nemen een jaartje om te fietsen.
Ze kiezen daarbij voor Azië. En onderweg maken
ze veel mee. Steven maakt daarbij foto’s. Veel
en veel mooie foto’s zelfs en ik ben best wel
visueel ingesteld dus gek op plaatjes. Het boek
staat er vol mee. Het is dan ook meer een
kijk-boek, dan een lees-boek. Toch moet je de
teksten niet onderschatten, ze zijn heel erg
goed geschreven. Korte stukjes over de beleving
in een land, hoe de mensen zijn en politieke en
culturele achtergronden. En natuurlijk
persoonlijke belevenissen. Prachtige stukje qua
woordkeus en zinsbouw. Treffende conclusies en
hij weet het gevoel, zo herkenbaar voor een
fietser, mooi over te brengen. Het Vlaams heeft
bij mij altijd een streepje voor. Als ik het
lees, hoor ik altijd Goedele in mijn hoofd
weerklinken. Als ik één punt van kritiek moet
noemen dan zijn dit de kleine lettertje van de
fotobijschriften. Maar misschien heb ik ook wel
een bril nodig.
Het boek leest en kijkt zoals een goede whisky
drinkt. En Lagavulin of een Laphroaig drink je
ook niet in één keer leeg. Je proeft eraan, laat
de smaak je mond vullen en geniet tot de laatste
druppel verdwijnt. Zo ook de foto’s van Steven.
Veel portretten, landschappen en de manier
waarop mensen daar wonen, werken en leven zijn
een feestmaal voor het oog. Er is zoveel te zien
op dit foto’s. Het formaat van het boek helpt
daar ook flink aan mee. Met elke dag een stukje
kom ik na een tijdje aan het einde van het boek.
En weer ben ik teleurgesteld. Maar deze keer
omdat het boek op is. Ik heb er erg van genoten
en Steven laat zien dat je voor een reisverhaal
niet altijd lappen tekst nodig hebt. Een
aanrader dit kijk-boek! |
 |
Gijs van Middelkoop
Amerikanen fietsen niet
Uitgeverij Elmar
ISBN 9789038920450
Gijs heeft een droom. Hij wil eigenlijk wel gaan
fietsen in Amerika. Maar Gijs rookt en zijn
conditie is niet al te best. Maar omdat Gijs
zijn droom waar wil maken, stopt hij met roken,
gaat trainen en rijdt uiteindelijk in Amerika.
Samen met vriendin Aimée fiets hij van Miami in
het oosten naar San Francisco in het westen.
Meer dan 8000 kilometer.
Gijs schrift mooi. En herkenbaar. Op de eerste
dag verdwaalt hij al en met een lekke voorband
weet hij een achtervolging voor te blijven. Maar
ook de andere ongemakken komen goed in beeld.
Het besef dat halverwege vaak komt; 'Waar ben ik
eigenlijk mee bezig?', de tegenwind, de
waardeloze plekken waar je soms terecht komt en
hoe je relatie onder druk komt te staan als je
weken lang, dag en nacht, op elkaars lip zit.
Genoten heb ik van de beschrijving dat Aimée
vindt dat ze een paar dagen apart moeten
fietsen. Gijs vindt het maar niks en gaat
mopperend akkoord. Maar binnen een paar uur
heeft Gijs een nieuwe metgezel: Sarah, een
knappe meid en tien jaar jonger. En hoe vertel
je dat aan je partner als je weer samenkomt? En
hoe verklaar je het als blijkt dat Sarah het
paspoort van Gijs heeft?
De manier waarop Gijs schrijft, het taalgebruik,
de humor en de gekozen onderwerpen lezen voor
mij erg prettig weg. Ik had moeite om het boek
weg te leggen en het was dan ook zo uit. Soms
overdrijft Gijs wat teveel, maar nog net niet op
een storende manier. De laatste twee
hoofdstukken vind ik persoonlijk wat minder.
Gijs is dan niet meer de fietsreiziger, maar
meer een toerist.
Ikzelf ben erg visueel ingesteld en de
(kleuren)foto's in het boek vind ik dan ook
zeker een pluspunt. Achterop staat een
overzichtskaart maar ik had graag wat meer
kaartjes gezien, nu pakte ik de atlas er af en
toe bij om te kijken waar ze zijn. En ik vind
het jammer dat er geen fotootje van Sarah in het
boek zit. Ik ben erg nieuwsgierig naar haar.
Gijs is met stip binnen mijn top vijf van
fietsboeken binnen gekomen. Ik hoop dat Gijs nog
vaker op reis gaat en daar boeken over schrijft.
|
 |
Harry Wagenaar
Wegwerkzaamheden (Stof voor thuisblijvers)
Uitgeverij Boekenplan
ISBN: 9789081817400
Op het forum zag ik dat Harry een boek heeft
uitgegeven. Besteld, ontvangen en gelezen.
Het boekje ziet er verzorgd uit. Een beetje als
het Boekenweekgeschenk. Hetzelfde formaat, harde
kaft en mooi gedrukt. Dat is alvast een
pluspunt. Maar dan de inhoud...
Het zijn een verzameling korte essays of columns
over onderwerpen die Harry tijdens zijn reizen
hebben bezig gehouden. Aan de plekken te zien,
waar het zich afspeelt, heeft Harry behoorlijk
wat gereisd. Soms komt er een fiets in voor en
soms een tent. En daar houdt, voor mij, de link
met fietsen op. Het zijn op zich mooi geschreven
verhaaltjes maar, naar mijn gevoel, probeert
Harry teveel literatuur te schrijven. Ik ben
niet zo van de literatuur. Ik ben meer van de
reisverhalen. Ik had hier ook een reisverhaal
verwacht. Dat is natuurlijk een probleem van
mij; die verwachtingen.
De teksten komen op mij iets te gekunsteld over.
De zinnen zijn te mooi, de woordkeus is té
perfect. Harry vertelt van het mooiste dorpje,
een treinreis in een wagon die hem wakker houdt,
een restaurantje waar hij bijzonder gegeten
heeft. Hij stelt zich daarbij vaak op als
observator. Hij beschrijft de situatie en wat
het met hem doet. Hij analyseert de mensen,
gevoelens en mijmert over de situaties. En
daarbij worden genante situaties en gedachten
niet vermeden. Meestal heeft hij hier tussen de
anderhalf en tweeënhalve bladzijde voor nodig.
De verhaaltjes lezen gemakkelijk maar soms weet
ik niet goed wat ik ermee moet. Wat dat betreft
is het inderdaad ‘stof (tot nadenken) voor
thuisblijvers’.
Ik heb er geen spijt van dat ik het gekocht en
gelezen heb, maar in de boekenkast komt het niet
tussen mijn fietsboeken te staan. |
 |
Paul Vreuls
De ronde van Nederland
ISBN 90-9017660-8
In de meivakantie hebben we 'de ronde van
Nederland via LF-routes' grotendeels afgemaakt.
Toen we eerder deze ronde begonnen heb ik het
boekje van Vreuls gekocht als inspiratie en
daarna vergeten. Dat is achteraf erg jammer
want, hoewel hij niet dezelfde route fiets, er
staan toch wel erg veel leuke en bijzondere tips
in om onderweg te bezoeken. Na onze ronde heb ik
het boek weer opgepakt en moet nu bekennen dat
het een juweeltje is.
Vreuls fietst zoals er eigenlijk gefietst zou
moeten worden. In 'slow-time' met de nadruk op
het ervaren. Hij fietst in het 'nu', gaat op in
de omgeving en geniet van het alledaagse. Om dat
goed te kunnen doen fiets hij ook maar 50 km per
dag. De overige tijd besteedt hij goed; een
bezoek aan een klooster, een wandeling met de
boswachter door een natuurgebied of gesprekjes
met de mensen die hij onderweg tegenkomt. Hij
kan lyrisch worden als hij het blauwbekje hoor
fluiten of een zeldzame orchidee in de berm
ontwaart. Dit weet hij op zeer fraaie, haast
poëtische wijze op te schrijven waardoor het een
genot is om te lezen. Daarnaast is hij ook niet
bang om zijn missers, zijn meningen en gevoelens
te beschrijven. En als ik hem lees, dan kan maar
één conclusie trekken: die man geniet van elke
minuut dat hij fietst.
Zijn route loopt dichter langs de landsgrenzen
dan de LF routes. Daardoor is zijn ronde ook
meer dan 2000 kilometers in elf etappes. Deze
etappes fietst hij in verschillende weekenden,
verspreid over het jaar.
Mocht je de ronde van Nederland nog gaan
fietsen, dan is dit boekje een absolute
aanrader. Het leukst is het om voorafgaand aan
de etappe die je fietst, zijn etappe te lezen.
En net als hem de tijd te nemen om te genieten.
Het gaat tenslotte niet om de kilometers, het
gaat om het ervaren! |
 |
Frank van Rijn
In de ban van Stempelstan
ISBN 978 90389 2037 5
Alweer een boek van Frank van Rijn. In dit geval
gaat hij door veel 'stan' landen. Onder andere
Turkmenistan, Oezbekistan en Tadzjikistan.
Reizen in deze landen vereist veel stempels.
Vandaar de titel. Naast de stempels heb je
overigens ook veel geduld nodig...
Op de Frank van Rijn manier vertelt hij over
deze fietsreis. Samen met een vriend, die ook
een meester is in nutteloze discussies, fietst
hij door deze landen. Het boek bevat veel foto's
en dat illustreert des te meer de onmogelijk
reizen die deze man onderneemt. Waar ik geen weg
zie, maar een gewone rivierbedding, daar fietst
van Rijn gewoon met zijn afgeladen fietsje. Het
gaat niet altijd even snel, maar hij heeft de
tijd en hij komt er wel. Passen van boven de
vierduizend meter met veel klimmen dalen? Geen
probleem. Alles wordt met een nuchtere
simpelheid bendaderd en voor elk probleem is er
een oplossing.
Hij geeft veel achtergrond informatie, vertelt
veel over zijn ontmoetingen met de mensen daar
en, heel herkenbaar, de problemen die hij
onderweg ondervindt. Gewoon een lekker boek om
te lezen als je zelf ook fietser bent. Maar ook
voor niet fietsers bevat het boek genoeg
aantrekkingskracht. Kortom, hier val je je zeker
geen buil aan als je het leest en het zal je een
paar aangename uren geven.
|
 |
Dirk van Asselt
Volg je hart, 12.000 kilometer door Zuid-Amerika
ISBN 978-90-5335-288-5
Laat ik beginnen te zeggen
dat dit boek niet echt mijn kopje thee is. Als
een boek begint met iemand die zo nodig moet
vertellen dat er al 300.000 naar hem geluisterd
hebben, dan heb ik het al gehad. De recensie
wordt daardoor ook een beetje gekleurd,
misschien moet je proberen daar doorheen te
lezen.
Dirk van Asselt zit op een
kruispunt in zijn leven. Hij wil leven, hij wil
gezien worden en hij wil zichzelf een cadeautje
geven. En dat gaat hij allemaal doen door 12.000
km door Zuid-Amerika te fietsen. De tocht begint
in Rio de Janeiro, Brazilië en eindigt in Quito,
Ecuador. Onderweg is er begeleiding van een
grote vrachtwagen, Bernie en een lunch-stop
auto. Er fietsen ongeveer een man/vrouw of 15
mee. Onderweg gaan er mensen af en komen er
nieuwe mensen bij. Dirk beschrijft per dag zijn
belevenissen en het boek bevat een groot aantal
kleurenfoto’s .Ze fietsen over snelwegen met
veel verkeer, over zand- en gravelwegen en door
de woestijn. Ze moeten ook behoorlijk wat bergen
(Andes) over. Het daggemiddelde ligt zo rond de
110 km maar er zijn ook dagen van 150+ km.
Dirk beschrijft de reis per
dag en dat had hij misschien niet moeten doen.
Daardoor valt hij veel in herhaling. Voor een
‘eigen’ logboek wel leuk maar om te lezen wordt
het erg eentonig. Daarnaast is Dirk heel erg met
zichzelf bezig. Het woord wat het meeste
voorkomt in het boek is ‘ik’.
Hij heeft het duidelijk moeilijk met
zichzelf en wil dat graag kwijt.
Dat doet hij met schreeuwerig
vette
woorden en in HOOFDLETTERS.
Ik wil graag een
reisverslag lezen en geen innerlijke strijd.
Zijn heimee en gesprekken met het thuisfront,
zijn meditaties, zijn uitleg over chakra’s en
zijn plannen voor een nieuw bedrijf: Het boeit
me allemaal niet. Ik wil graag smeuïge
fietsverhalen lezen over de omgeving, het
afzien, de problemen onderweg en hoe je ze
oplost. Hoe zijn de mensen? Wat beweegt ze? Wat
maakt de omgeving zo mooi? En waarom zou de
lezer dit ook moeten willen gaan doen?
Geloof me, ik heb respect
voor de afstand en de kilometers maar het is
toch allemaal behoorlijk gepamperd.
Als Dirk
valt en zijn derailleur krom is, dan bestaat het
afzien uit een stukje lopen om droog te kunnen
schuilen totdat de materiaalwagen langskomt. Als
zijn fiets het niet goed doet, dan gaat Duncan,
de materiaalman, ermee bezig. Dat staat toch in
schril contrast tot wereldfietsers als Frank van
Rijn en Josie Dew die hun eigen problemen moeten
oplossen. Er wordt voor hem gekookt, en als hij
moe is of het wordt te lastig dan stapt hij in
de auto. Op de hele reis zijn er dan ook maar
twee mensen die EFI (Every Fucking Inch) halen.
Dit is duidelijk geen
reisverhaal van iemand met een tentje op de
bagagedrager die elke avond zijn eigen potje
kookt. Maar als je zelf ook zo’n tocht wil gaan
rijden, dan is het wel aardig om dit boek te
lezen. Naast de reis vertelt Dirk ook van zijn
voorbereiding, wat erbij komt kijken en wat hij
meeneemt. Ook goed is dat hij een (klein) deel
van de opbrengst van het boek aan twee goede
doelen in Zuid-Amerika schenkt. Maar het
uiteindelijk gevoel dat bij mij achterblijft na
het lezen van het boek is dat het jammer is van
mijn tijd. Ik had beter kunnen gaan fietsen…
Dirk is nu (april 2011) aan
het wandelen van Rome naar Jordanië. Meer over
het boek en hem kun je lezen op
zijn website
|
 |
Wim Dussel
Wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? – 6800 km
op de fiets door de achtertuin van Amerika
ISBN 9062 07281 X
Tijdens de huttentocht van
de Wereldfietser sprak ik onder andere met
Kees. En Kees vond dat ik dit boek eens moest
gaan lezen. Even zoeken op internet en ik had
een gesigneerd exemplaar in de bus liggen. Het
boek is op A4 formaat, 191 bladzijden en (veel)
zwart-wit foto’s.
Omdat Amerika 200 jaar
bestaat, wordt er een fietstocht dwars door het
land uitgestippeld. Mensen van over de gehele
wereld schrijven in en doen mee. In groepjes
zijn ze onderweg. Het groepje van Dussel bestaat
uit Amerikanen, Nederlanders en Australiërs. Ze
overnachten in van alles en nog wat (er zijn ook
kampeergroepen) en leven op een budget van een
paar dollar per dag. De gehele reis duurt
ongeveer drie maanden en kostte toen een kleine
duizend dollar. Op de foto’s zien we duidelijk
jaren zeventig beelden. Mannen met grote bossen
haar. Snorren en baarden waren toen normaal en
de kleding (her) ken ik alleen van de foto’s van
mijn ouders.
Het boek komt op mij over als
oubollig. De titel is oubollig, de tekst is
oubollig en de mensen op de foto’s ook. Ik
verbaas me over het feit dat de schrijfstijl zo
veranderd is in de tijd. Dussel schrijft zoals
je zou praten. Lange zinnen. Vaak zonder een
duidelijk punt. Veel herhaling. Veel tekst gaat
over wat hij vindt van andere mensen. Veel tekst
gaat over wat er allemaal niet goed
georganiseerd was tijdens de reis. Hij schrijft
het, met erg wollige taal,
als een
dagboek. Elke dag wordt beschreven maar als alle
dagen op elkaar lijken, dan kun je beter soms
wat stukken overslaan en alleen de interessante
zaken vermelden. Op een gegeven moment weet ik
wel dat het steil is. En dat de weg lang is. En
dat gravel niet zo fijn rijdt. En dat de
overnachtingplaats (weer) niet goed is. Kortom,
het boek zou minimaal de helft korter kunnen
zijn. Het was nog in de tijd dat (haast) niemand
Engels kan. In het begin vertaalt hij ook steeds
woorden, maar met dat irritante gebruik houdt
hij snel op. Het is nog in de tijd dat ‘neger’
geen fout woord is en je nog foute meningen mag
hebben over Turken en Indianen.
Waarom zou je het wel moeten
lezen? Het geeft een mooi tijdsbeeld. Deels door
de foto’s, maar ook omdat Dussel beschrijft hoe
het Amerika van toen eruit zag. En hoe het
fietsen toen ervaren werd. Die ervaring was in
het algemeen weinig. Slechte voorbereidingen,
slechte materialen en niet zulke mooie
spulletjes als nu. Ik vind het leuk om dat af te
zetten zoals ik nu fiets. We zijn er toch een
stuk op vooruit gegaan alhoewel aan de fiets
an-sich weinig veranderd is. Grappig is het
laatste hoofdstuk waarin Dussel wat woorden
wijdt aan de fiets en het fietsen op lange
afstand. Compleet door de tijd ingehaald.
Dus… als je wilt weten hoe
het fietsen in Amerika in de jaren zeventig was,
dan moet je dit boek absoluut lezen. Maar maak
je borst maar nat. Het is doorbijten om er
doorheen te komen.
Meer informatie over de Bike Centennial kun je
hier of
hier vinden.
|
 |
Ward van Loock
De verovering van het Britse eiland – Fietsen
van Land’s end tot John O’Groats.
Kirjaboek
ISBN 978 94 6008 071 5
Het staat nog op ons
lijstje om eens te fietsen: Engeland van zuid
naar noord. En als ik dan een boek tegen kom dat
hierover gaat, dan wil ik het natuurlijk graag
lezen. Bij alle fiets reisverhalen die ik tot nu
toe gelezen heb, heeft geen mij het gevoel
gegeven dat ik bij dit boek had. Dit boek gaat
niet over fietsen, maar over de relatie tussen
twee fietsers die constant met elkaar in de
clinch liggen. En
tussen alle ruzies door hebben ze ook nog tijd
om naar het noorden van Engeland te fietsen.
Voor LEJOG zijn een aantal routes, maar de
auteur heeft er zelf een gemaakt die grotendeels
ver Sustrans routes loopt. De route is in het
boekje aangegeven door middel van kaartjes (maar
ik denk dat ze te klein zijn om goed na te
kunnen fietsen). Omdat hij deze route niet
alleen wilde fietsen zocht hij een reismaat.
Maar hij had beter even verder kunnen zoeken.
Het lijkt alsof ze elkaar het licht in de ogen
niet gunnen. Wil de een hier kamperen, dan is
dat niet goed voor de ander, die natuurlijk 100
meter verderop wil. Wil de een hier pauzeren,
dan wil de ander dit niet. Een van beide heeft
de kaart en weigert die af te staan aan de
ander. Als ze elkaar kwijt raken, dan vinden ze
elkaar natuurlijk niet op de afgesproken plaats.
En dat ze af en toe verkeerd rijden is ook geen
bonus voor de onderlinge verhoudingen. Hoe twee
mensen zo met elkaar op reis willen blijven is
mij een raadsel. Ik was na een dag al gillend
weggefietst en nooit meer terug gekomen.
De meningsverschillen worden goed beschreven. Zo
goed zelfs, dat als mijn vrouw me onderbreekt
met lezen, ik haar ook meteen begin af te
snauwen, net als de mannen in het boek bij
elkaar doen. De rest van het boek gaat over het
landschap, de pubs, de route, en is zeker
lezenswaardig. Ronduit slordig vind ik dat het
boek in het begin vragen stelt met de belofte
dat die later beantwoord worden terwijl dit niet
gedaan wordt. Het
boek bevat af en toe kleine kadertjes waar een
uitstapje wordt gedaan naar een onderwerp wat
relevant is voor het gebied waar ze doorheen
fietsen. Daarnaast
bevat het boek een groot aantal foto’s. Vind ik
altijd een pluspunt omdat ik erg visueel
georiënteerd ben. Op de foto’s staan soms twee
lachende mannen maar de afstand op de eindfoto
is duidelijk groter dan op de beginfoto.
Over het eindoordeel ben ik dubbel. De
beschrijving van de reis vind ik leuk om te
lezen. Maar er ligt teveel nadruk op de
onderlinge ruzies om hier goed van te kunnen
genieten. Eigenlijk net als de relatie tussen de
mannen want als ze bij elkaar zijn is het niet
goed. Maar als ze elkaar kwijt zijn, dan worden
ze ook ongelukkig.
|
 |
Louise Cornelis
Afzien voor beginners - Met
een grote
groep op de fiets door Afrika
Uitgeverij Totemboek
ISBN 978-90-77557-63-1
Via het forum kom ik af en toe fietsboeken op
het spoor. Zo ook deze die je kon bestellen via
www.afzienvoorbeginners.nl. Als ik bestel
dan vraag ik vaak of ze er iets in willen
zetten. Maar bij dit boekje moet je daarvoor
betalen en belette me bijna om op de ‘bevestig’
knop te klikken. Dan maar zonder handtekening en
ik heb er geen spijt van. Het bijna 100 pagina’s
tellende boekje heb ik dan ook in één ruk
uitgelezen.
Het is geen fiets-reis-boek zoals ik dat gewend
ben. Het is eigenlijk een groot essay over
afzien. Bij deze term denk ik altijd aan het
gevoel dat ik heb als ik weer een groter-dan-10%
helling op stoemp met mijn beladen fiets. Maar
na het lezen van dit boekje weet ik dat je op
veel meer manieren kunt afzien. Manieren die ik
ook veel gedaan heb, maar waarbij ik me nooit
realiseerde dat dit ook afzien is. Daarnaast is
het boekje ook een groot deel zelfreflectie en
evaluatie van de reis die beschreven wordt.
Het eerste hoofdstuk begint met het relativerend
vermogen dat we allemaal hebben. ‘Het afzien
valt wel mee.’ Niet op het moment maar zeker
achteraf. Het tweede deel gaat over flow. Ze
heeft een aardige analyse van dit gevoel wat we
allemaal wel willen ervaren en hoe je dit het
beste kan ervaren. Het derde hoofdstuk gaat over
grenzen stellen. We zijn er meestal zelf bij en
laten het gebeuren. Maar in feite ben je zelf
verantwoordelijk voor wat je wilt afzien.
Hoofdstuk vier gaat over het groepsproces. Een
heel herkenbaar hoofdstuk voor een ex-Cycletours
reiziger. Daar duurde het ‘verplichte’ samenzijn
altijd maar twee weken. Binnen deze periode weet
je de ergernissen nog in te slikken. Zij waren
als groep enkele maanden bij elkaar en dat doet
wat met mensen. Tenslotte is er nog een apart
hoofdstuk over Ethiopië.
Alle hoofdstukken zijn rijk belegd met stukjes
reisverslag. En dit maakt het juist zo aangenaam
om te lezen. Een stukje reflectie of theorie en
dan een stuk reisverslag dat het belicht. Het
geeft mij een heel goed beeld hoe het is om met
zo’n groepsreis mee te gaan. Iets wat ik na het
lezen van dit boek niet snel zal doen. Want als
ik dagelijks 150+ kilometers moet fietsen, dan
wil ik bijvoorbeeld niet dat het eten op
rantsoen is. Het boekje geeft me ook een goed
beeld hoe het is om in Afrika te fietsen. Dat
lijkt me wel wat en zet ik zeker op mijn
lijstje.
Het boek eindigt met een verrassende conclusie
over afzien. Met een stukje toelichting. Die
verklap ik niet, die moet je zelf maar lezen.
Als ik een nadeel zou moeten noemen, dan is dit
het kleine aantal foto’s. Ik hou van plaatjes.
Plaatjes zeggen mij echt meer dan 1000 woorden.
Afzien wordt voor mij in dit boek geïllustreerd
door de foto van iemand die een geul om een
tentje aan het graven is dat in een sloot lijkt
te zijn opgezet. Kostelijk! Gelukkig zijn op de
site wel meer foto’s te zien.
|
 |
Gerard Monnik
Wereldreiziger in de jaren dertig/met de fiets
naar de Orient
Uitgeverij Elmar
ISBN 90389 10460
Het is erg bijzonder om te lezen hoe ze vroeger
op fietsreis gingen. Je kunt het geen
fietsvakantie noemen want ze waren maanden op
reis. Op een gewone fiets met een terugtraprem.
Paar fietstasjes achterop en hup, gaan.
Geen Rohloff, geen lichtgewicht fietsen, geen
waterdichte fietstassen en geen ademende
kleding. Het is grappig om te zien (het boek
bevat heel veel foto’s) dan de man gewoon met
een stropdas op de fiets zit! Het is nauwelijks
voor te stellen hoe ze hun spullen meenamen in
die twee achtertasjes. En tel er dan nog de
katoenen tent bij op! En geen digitale camera
maar…
Heel voorzichtig deponeerde Toon een groot
pak in de tas, waarin zich zijn apparatuur voor
het ontwikkelen en afdrukken van de foto’s
bevond. Hiervoor zou hij ’s nachts de tent als
donkere kamer gebruiken.
Hij beschrijft zijn fietsreis naar de Oriënt.
Eerst door Europa, oversteken naar Afrika en dan
door naar Egypte. Het is leuk om te lezen, roept
veel verwondering bij mij op, maar het komt toch
erg geromantiseerd op mij over. Het reizen was
toen geen sinecure. Gevaar lag overal op de
loer. Als je in een ravijn stort, of je wordt
beroofd en het leven erbij laat: geen haan die
ernaar kraait.
Monnik beschrijft de ontmoetingen met de mensen
die hij tegenkomt. Het landschap in het begin
van de vorige eeuw en zijn problemen die hij
onderweg ondervindt. Een deel gaat ook over zijn
ontmoeting met zijn, dan nog aanstaande, vrouw.
Soms is het wat gezocht en langdradig, Soms
leest het teveel als en jongensboek. Naast de
reisverhalen staan er nog een aantal verhalen
die zijn vader heeft verteld.
De uiteindelijke indruk die bij me achterblijft
is dat ik toch wel een fietswatje ben vergeleken
met deze echte bikkels uit de pionierstijd van
het vakantiefietsen. Kleine troost is dat Frank
van Rijn eerder in mijn categorie zou vallen dan
in hun groep.
|
 |
Josie Dew
A Ride into the Neon Sun, A Gaijin in Japan
Uitgeverij Little, Brown and Company
ISBN 0 316 88156 2
Fiets meenemen in het vliegtuig, is niet iets
wat me aanspreekt. Maar als ik zou doen, dan zou
ik in Japan willen fietsen. Net als Josie Dew
doet in dit boek.
Fietsen in Japan lijkt me als fietsen op een
vreemde planeet. Je begrijpt geen woord van de
gesproken en geschreven taal en de mensen en
gebruiken zijn haast alien.
Japan bestaat uit een aantal eilanden die ze
allemaal op de fiets bezoekt. Eerst het grootste
deel Honshu en Hokkaido erboven. Dan de steeds
kleiner worden eilandjes eronder eindigend in
Iriomote. Bootjes brengen haar tussen de
eilanden heen en weer.
Leuk zijn de beschrijvingen van de
vriendelijkheid en vrijgevigheid van de mensen.
Overal kan ze terecht, overal wordt ze
uitgenodigd. Volkomen wildvreemden stoppen om
haar wat te geven. Van fruit tot eten. Van
sokken tot telefoonkaarten. In Japan wordt dit
gezien al gelukbrengend. Bijzonder vind ik de
beschrijvingen van hoe ze kampeert. Meestal in
een parkje in een stad of een dorp. Apart zijn
de ontmoetingen met mensen. Communicerend met
handen en voeten, soms in gebrekkig Engels en
soms in gebrekkig Japans (je leert aardig wat
Japans tijdens het lezen van dit boek). En
afschrikwekkend zijn de beschrijvingen van de
urbanisatie, de snelwegen, het autoverkeer en
het gebruik van beton. En dan het weer daar. Dat
is toch ook wat anders dan we hier in Europa
gewend zijn. Heet, veel heftige regen. En dan de
tornado's. Zeker niet om te onderschatten.
Mocht je naar Japan willen gaan om te fietsen
dan is dit boek een 'must-read'. Vind je fietsen
in het buitenland leuk, dan is dit een
vermakelijk boek. Het is meer dan 500 bladzijden
dus best wel een pil maar ik heb het met plezier
gelezen. Haar schrijfstijl is leuk. Het gaat
meer over hoe zij, als fietser uit Engeland, het
land en de mensen beleeft, dan een opsomming van
sites-to-see. Kortom, een aanrader als je van
reisboeken houdt, al dan niet op de fiets.
|
|
Ronald Nihot en Ineke Valster
Licht verzet
Uitgegeven in eigen beheer
ISBN 90-804036-1
Lid zijn van de Wereldfietser levert toch af en
toe verrassende resultaten op. Vanwege het
slechte (lees: gladde) weer gaat een ‘rondje
Groningen’ niet door en zijn we te gast bij
Ronald Nihot en Ineke Valster voor een
alternatief programma. Niet alleen krijgen we
daar een gezellige middag, maar bij het weggaan
geeft Ronald ons het boek ‘Licht verzet’ dat hij
geschreven heeft.
Het boekje is in eigen beheer uitgegeven en
verhaalt over hun fietsreis in Amerika met hun
twee (grotere) kinderen. Ze fietsen in totaal
een kleine maand. Eerst in het zuidwesten, in de
staten Utah en Colorado. Later gaan ze met de
trein naar het noordoosten, Pennsylvania en
Maryland, waar ze een korter stuk fietsen.
Voor wie in Amerika, en specifiek dit gebied,
wil gaan fietsen, is het boek een absolute
aanrader om te lezen. Je leert hoe het er
toegaat in het land van de Yankees . Wat je kunt
verwachten van de mensen, van de wegen en hoe
het klimaat is. De aanwezigheid van camping en
de winkels.
Voor wie met kinderen op fietsvakantie wil,
geeft het boek ook een goede handreiking. Het
heet niet voor niets ‘Licht verzet’, wat je op
meerdere manieren uit kunt leggen. Met kinderen
op fietsvakantie is echt anders dan met (alleen)
volwassenen. Je zult je op bepaalde manieren
moeten aanpassen, zoals ook in het boek te lezen
is. Leuk is dat beide kinderen aan het einde van
het boek schrijven hoe zij het ervaren hebben.
Wat ik altijd een pluspunt vind zijn kaartjes en
foto’s. Die zijn beide aanwezig in het boek. Je
kunt de reis globaal volgen. De foto’s zijn
zwart-wit en niet allemaal even duidelijk. Toch
ondersteunen ze het verhaal wel.
Als ik wat aan te merken zou hebben, dan is het
de schrijfstijl. Het is duidelijk geen
literatuur, maar de vraag is of je dit mag
verwachten. Het is meer geschreven als
(persoonlijk) reisverslag waardoor niet alles
even boeiend voor me was. Frank van Rijn kan dat
ook goed, zijn stijl vind ik ook niet echt
super. Toch leest het boek vlot en heb ik zeker
niet de neiging gehad het weg te leggen. Als
aanvulling op hun eigen avonturen beschrijft
Ronald ook regelmatig culturele en toeristische
achtergronden van de plaatsen die ze bezoeken.
Dit geeft het boek iets meer dan een gemiddeld
reisverslag.
Ik vraag me af of het boekje in de winkel te
koop is. Als je het wilt lezen, dan vermoed ik
dat je het rechtstreeks bij de auteur moet
bestellen. En dan kan vrij gemakkelijk via het
forum waarop Ineke ook actief is.
|
|
Dirk Jan Roeleven
De nieuwe fiets
Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam
ISBN 978 90 204 0816 4
Al bij het eerste hoofdstuk had ik het idee ‘Dit
is geen boek voor mij’. Ik had een boek verwacht
met een reisverhaal. Dat was dit helemaal niet!
Het ging over wielrenners, collen en
wedstrijden. En op een manier geschreven die op
mij wat hoogdravend overkomt. Maar ik zit in een
appartement in de Italiaanse bergen. En geen
ander boek bij me dus ik lees door. En daar heb
ik geen spijt van gekregen want na een tijdje
‘pakt’ het boek wel degelijk.
De hoofdpersoon heeft een nieuwe fiets gekocht
bij een klein fietsenmakertje ergens in Italië.
In mei haalt hij de fiets op en besluit naar
huis te fietsen. Maar het boek gaat niet alleen
over het fietsen. Het gaat ook over zijn vader
die aan de kanker gestorven is. En over vrienden
die veel te vroeg overleden zijn. Halverwege
schrijft hij ‘de dood fietst mee’ en dat is ook
zo. De manier waarop hij zijn vader neerzet in
jeugdherinneringen is erg mooi. Iedereen heeft
wel een vriend, vriendin of familielid verloren
aan deze grote ziekte met de kleine ‘k’. Maar
wat me met name aanspreekt is dat het als een
spannend jongensboek geschreven is. De
hoofdpersoon maakt van alles mee onderweg. Op
een ‘mannen’ manier lost hij de problemen op. En
hij beschrijft dit op een ‘mannen’ manier.
Mannen schrijven nu eenmaal anders dan
vrouwen...
Toch zijn er wel degelijk overeenkomsten met een
vakantiefietser. Ook hier moet de fietser
lijden. Niet alleen valt de tocht, letterlijk
(door de vele regen) en figuurlijk (hij kan niet
de gedroomde route fietsen), in het water. Ook
het klimmen, zelfs met een nieuwe fiets, is
altijd weer afzien. En soms moet er
geïmproviseerd worden. Net als tijdens een
wereldreis op de fiets. En dat doet hij.
Het eindoordeel valt dus ook uitermate positief
uit. Het is een boeiend boek als je de
verwachting van een reisboek naar ‘gewoon’ een
mooi boek bijstelt. Het neigt haast naar
literatuur. En de liefde voor de fiets en de
bergen is universeel onder de fietsers. Lezen
dus, als je de kans krijgt!
Meer informatie over het boek vind je hier |
 |
Peter Mak
Over alle grenzen (€ 19,95)
Uitgeverij Spectrum
ISBN 978 90 274 65207
Peter en Karin Mak hebben alles verkocht en zijn
op reis gegaan. Een stap die ik wel droom maar
(nog) niet durf te nemen. Ze fietsen al jaren
over de wereld en leven als vagebonden. In dit
boek leggen ze het traject af van Kashgar
(China) naar Kathmandu (Nepal). Mocht je in die
buurt willen gaan fietsen, dan is het aan te
raden hun ervaringen te lezen. Ze schrijven van
de corrupte Chinezen, slechte wegen, kou en
zuurstoftekort. Maar ook van de ontmoetingen met
mensen die niets hebben en dat ook nog delen, de
leegtes en de spirualiteit die je ervaart als je
tegen jezelf vecht.
Eindelijk een fietsboek met veel foto's en dat
vind ik heerlijk. Nu zie ik of het daar ook zo
is als ik me voorstel. Het komt aardig overeen
en spreekt me zeker aan.
Wat ik jammer vind is dat er maar weinig
kaartjes in zitten. Alleen een in het begin die
de globale route weergeeft. Maar goed, er zal
weinig kaartmateriaal van beschikbaar zijn. Een
ander nadeel van het boek vind ik de layout. Een
vijfde van de pagina wordt niet gebruikt.
Hierdoor had het boek een stuk dunner kunnen
zijn of, nog beter, meer foto's kunnen bevatten.
De ervaringen zijn leuk om te lezen. Hiermee kan
ik me heel goed voorstellen hoe het is om daar,
op hun manier te fietsen. Het beeld wordt zeker
niet rooskleuriger neergezet dan dat het is.
Daar fietsen is afzien en dat wordt maar al te
goed weergegeven. Zoveel zelfs dat ik me af en
toe afvraag of ze (nog) wel leuk vinden wat ze
doen. Maar het is wel een eerlijk beeld. Na het
lezen van het boek weet je, wat je mag
verwachten als je daar gaat reizen. Geen luxe.
Zelfs niet als je geld hebt. Overnachten in
verlaten herdershutten. En wekenlang niets
anders dan noedelsoepjes.
In het maandblad van de Wereldfietser hebben we
kunnen lezen dat ze weer thuis zijn. De recessie
heeft ook voor hen toegeslagen. En ik vermoed
dat ze het ook wel lekker vinden om weer in de
westerse luxe een beetje bij te tanken. Maar ik
vermoed ook dat, als weer voldoende gespaard
hebben, ze weer op de fiets stappen en op pad
gaan. Want het lijkt me dat het leven als
fietsende vagebond blijft trekken. Zeker als de
smaak ervan vers in het geheugen ligt. |
 |
Ilja Leonard Pfeijffer en Gelya Bogatischcheva
De filosofie van de heuvel, op de fiets
naar Rome
Uitgeverij de Arbeiderspers
ISBN 978 90 295 6768 8
Dit is geen reisboek. Dit is literatuur. Kunst.
En pure poëzie. Het is ontegenzeggelijk een van
de mooiste boeken die ik ooit gelezen heb. Ik
durf haast te zeggen dat het een van de mooiste
boeken is die ik zal lezen. Het heeft mijn
kijken op fietsen, reizen, de weg, het doel en
het leven veranderd.
Ilja Leonard Pfeijffer is eigenlijk een dichter.
En in alles de tegenpool van mijzelf. Hij staat
op de voorplaat met een buikje. Zo zul je mij
nooit zien. Ik zal ook nooit om 15:45 vertrekken
voor een fietstocht naar Rome. Ongepland.
Slechts een rugzakje en een kaart van Frankrijk
mee. Ze weten eerst al niet waar ze heen moeten.
Brrr, niets voor mij.
Het boek zou mij moeten vervullen met afschuw.
Als een kookboek met alleen maar vieze recepten.
Maar het spreekt me aan als culinaire
hoogstandjes. Ook ik wil nu een keer op de
parkeerplaats naast mijn fiets moeten slapen.
Genieten van het moment. En niet balen van mijn
slechte planning. Maar ik ben jaloers op het
gemak waarmee ze door het leven gaan. Dat kan ik
niet. Althans dat denk ik. Maar misschien heeft
hij gelijk als hij schrijft:
Wie van tevoren iets plant of voorbereidingen
treft, is zich alleen maar zorgen aan het maken
om dingen waaraan niemand iets kan veranderen.
En voor je het weet, krijg je verwachtingen en
dan is alles bij voorbaat al verpest…
Hij rijdt op een tweede hands Batavus racefiets.
Voor 75 euro bij de Turk om de hoek gekocht en
waar hij gaandeweg een liefdesrelatie mee
opbouwt. Zijn vriendin Gelya Bogatischcheva, een
Russische, is fotografe. Het boek is dan ook
bezaaid met prachtige foto’s. Meeste zwart-wit,
maar ook wat in kleur. Maar helaas geen
kaartjes. Die mis ik wel een beetje.
Het boek gaat niet over stadjes en wat er te
zien is. Geen stijgingspercentages en
hoogtemeters. Het gaat over gevoelens die het
landschap en de weg geven. Gevoelens die de
mensen en de omgeving oproepen. Dit alles wordt
in kunstige bewoordingen beschreven:
Wij denken dat een weg ertoe dient om een
bestemming te bereiken. Maar dat is veel te
simplistisch gedacht van ons. Natuurlijk is er
een bestemming. Anders zouden we nooit
vertrekken. Maar het gaat er niet om die
bestemming te bereiken. Het gaat om het gaan. De
weg is geen middel tot een doel, De weg zelf is
het doel. De bestemming leidt alleen maar af van
de weg. Je kunt alleen maar leren en genieten
van de weg als je in staat bent de bestemming te
vergeten.
Het boek bevat honderden van deze uitspraken.
Pure filosofie. Voor mij is het boek de Zen van
het fietsen en heeft me geleerd dat er ook een
andere kant aan de (planning) medaille zit. Bij
het fietsen en ook in het leven. Dat het, hoe
dan ook, altijd wel goed komt. Ook als je niet
plant. Ook als je geen kaart bij je hebt. En ook
als je Batavus je in de steek laat.
Na 41 dagen en 2600 km later komen ze in Rome
aan. Ze hebben Italië gehaald. Niet zonder
tegenslagen. Niet zonder allerlei gebeurtenissen
die ik ‘weggepland’ zou hebben. Maar ook met
ervaringen die je niet kunt plannen. Sterker
nog, die je niet zou moeten willen plannen omdat
ze onplanbaar zijn. Overigens zijn ze niet meer
vertrokken uit Italië. Eigenlijk was dat hun
doel toen ze uit Nederland vertrokken. Alleen
wisten ze dat nog niet. Toen. |
 |
Chris Gooderham
Ten bodies, two
bikes and a boil, Lands End to
John O'Groats cycle ride.
Uitgeverij www.lulu.com
ISBN 978-1-4092-0295-0
Wat doe je als je hoort dat je een puist (boil)
hebt, waar een wormeninfectie onder zit en de
enige andere persoon die dit heeft gehad ging na
een jaar dood?
Dan maak je wat van je leven en dat doe je onder
andere door 'iets' neer te zetten. een
prestatie, iets waar je trots op kan zijn.
Chris doet dat door te fietsen van Lands end
naar John O'Groats. En dat doet hij niet alleen,
maar met zijn schoonvader (2 bikes). Zijn
schoonvader is een mopperkont, is te zwaar,
heeft geen conditie, heeft een gammele knie en
hoge bloeddruk. De ideale kandidaat om drie
weken mee op stap te gaan. Of niet?
Hij vertelt onderweg van steile bergen, regen,
vreemde snuiters onderweg, acht lekke banden,
Bed en Breakfast gelegenheden waar je nog niet
dood gevonden zou willen worden en natuurlijk
zadelpijn. Het geeft niet heel veel culturele
informatie maar wel hoe hij het land, het leven,
de mensen en met name zijn schoonvader ervaart.
Het is zonder twijfel het meest grappige
fietsboek wat ik ooit gelezen heb. Ik lach
zelden hardop maar bij het lezen van dit boek
keek mijn vrouw me af en toe verbaasd aan en nu
wil ze het ook lezen. De combinatie van droge
Engelse humor (had ik al gezegd dat het in het
Engels is?) en zijn kijk op de dingen maakt dit
een topper. Een extra bonus zijn de kaartjes
achterin met hoogteprofiel en soort wegen. Je
kunt hem bij Lulu (printing on demand)
bestellen, dan wordt hij voor je gedrukt en ik
had hem na een paar dagen binnen.
De 'boil' en de 'two bikes' had ik al uitgelegd.
Pas bij de laatste zin werd me duidelijk waar de
'ten bodies' op slaan maar dat wil ik hier niet
verklappen. Daar moet je het boek maar voor
lezen! |
 |
Guus en Nel Schipper
End to End
Uitgeverij Aschcom
ISBN
90-804772-4-9
Als voorbereiding op de fietsvakantie van
volgend jaar heb ik dit boek besteld en gelezen.
Als ik door het boek over de streep gehaald zou
moeten worden, om deze tocht te maken, dan was
het vast niet gelukt. Door de overwegend
pessimistische inslag van de schrijver is het
geen positief boek om te lezen. Of het is te
koud, of het regent, of het is te warm. Het is
allemaal niet goed. De wegen zijn te druk, de
auto's rijden te dicht langs hem heen en het is
teveel klimmen. Al met al lijkt het alsof hij er
geen plezier in heeft. Hij had beter zijn vrouw
af en toe kunnen laten schrijven. Zij schijnt
iets positiever in het leven te staan. En
misschien dat die ook wat minder op de
persoonlijke beslommeringen ingaat, want die
vind ik absoluut niet boeiend.
Toch denk ik, dat als je end to end wilt
fietsen, dit boek gelezen moet hebben. Het weer
in Engeland ken ik wel. Ook de steile wegen,
want ik heb er eerder gefietst. Wat ik niet wist
was dat de B&B zo vaak vol zijn. Als je wilt B&B'en
dan moet je er op tijd bij zijn. Ook de
achtergrond informatie bij de verschillende
gebieden en steden is leuk en interessant. Deze
stukjes geschiedenis maken het veel leesbaarder.
De kaartjes ondersteunen zijn verhaal goed en
geven een beeld van de route. Jammer vind ik
hierbij dat hij strooit met namen van plaatsen,
rivieren en water(tjes) die niet op de kaartjes
staan. Ik wil graag kunnen zien waar dat precies
is.
Dus al met al heb ik me wel vermaakt, en soms
verwonderd, bij het lezen van dit boek maar de
twijfel om deze wel of niet te fietsen is wel
wat groter geworden. |
 |
Frank van Rijn
Vijfentwintig jaar later. Reizen door
Afrika, Mexico, de Vernigde staten en
Centraal-Amerika
Uitgeverij Elmar
ISBN 90389 03529
Ik was recentelijk op de FenW beurs en na de
lezing van Frank van Rijn leek het me ook leuk
om een gesigneerd boekje te hebben. Het was erg
druk direct na de lezing maar vlak voordat Eric
en Carla begonnen zat hij er nog en toen heb ik
deze aangeschaft. Hij was maar een tientje en
dat paste goed in het motto van 'waarom duur
doen als het goedkoop kan' waar Dhr van Rijn
zich zeker in zou vinden.
Er staat best wel veel in het boekje. Zijn reis
door Afrika maakt indruk, de Verenigde Staten
zijn leuk en Centraal Amerika wat korter en
saaier.
Afrika maakt indruk door her primitieve wat er
25 jaar geleden zeker moest zijn. Wat ook indruk
maakt is de mate van afzien dat die man kan
ondergaan. Zou jij een paar weken met een handje
linzen per dag kunnen overleven? Of hoe zou jij
reageren als je met een mitrailleur in een
vrachtwagen gedirigeerd worden terwijl je beseft
dat niemand weet dat je hier bent en dat dit
rebellen zijn? En de afwezigheid van water en
voedsel. En als er water is, dan is het smerig.
Of met 40 km/uur over een steen stuiteren en er
dan achter komen dat je voorwiel compleet in de
kreukels ligt terwijl je in de rimboe zit. Je
maakt wat mee...
Amerika was leuk omdat hij boeiend verteld over
de mensen en de ontmoetingen. Het land was
natuurlijk al aardig ontwikkeld (meer dan
Afrika) en wat dat betreft is het contrast
kleiner. Hij verteld veel over de nationale
parken die hij bezoekt en dat zal nu wel anders
zijn met het massatoerisme.
Centraal-Amerika vond ik een beetje saai. Hij
bezoekt de oude tempels en wat vulkanen maar het
verhaal hangt een beetje als los zand aan
elkaar. De route is ook lastig te volgen op het
kaartje terwijl dat bij de andere reizen wel
goed te doen is.
Al met al heb ik het boekje met plezier gelezen
en het was zijn 10 euro zeker waard. Het geeft
een goed beeld van hoe Dhr. van Rijn onderweg
is, maar ik denk niet dat ik dat op die manier
zou kunnen en/of zou willen. |
 |
Josie Dew
Travels in
a strange state, cycling across the U.S.A.
Uitgeverij Warner books
ISBN 0 7515 0575 7
Dit is alweer het derde boek wat ik van haar
lees en ik moet zeggen, dat deze leuker om te
lezen was dan de vorige in Engeland.
In dit boek fietst ze een aantal maanden door
Amerika en wat ik vooral interessant vond is
haar tocht op een aantal Hawaiiaanse eilanden
befietst.
Ze begint in elk geval aan de westkust waarlangs
ze een stukje naar beneden fiets. Het lijkt wel
of ze een magneet voor vreemde mensen is want de
personen die zij tegenkomt op haar tochten, kan
ik in het wild nooit vinden. Ze weet er in elk
geval wel leuk over te schrijven.
Een hoop plaatsen die ze noemt, zeggen me niets
en wat ik jammer vind is dat deze niet op de
kaartjes in het boek staan. De kaartjes en
tekeningen in het boek zijn absoluut een
verrijking, maar dan moeten er wel de plaatsen
opstaan die ze noemt. En dat terwijl er soms
plaatsen opstaan die ze juist niet noemt in de
tekst.
Zoals al aangegeven vind ik haar beschrijving
van het fietsen op een aantal eilanden in de
Hawaï groep erg interessant. Ik wist weinig van
die cultuur, omgeving en leefwijze en die doet
ze erg goed uit de doeken. Met de juiste mate
van achtergrond en detail.
Waar ze wel vaak de nadruk op legt is de moord,
verkrachting en misdaad, kortom de donkere kant
van de samenleving. Misschien omdat ze zelf al
veel heeft meegemaakt op dit vlak en ook hier
gaat het weer bijna mis. De campings waar ze
over schrijft zijn vaak een soort van
vuilnisbelten waar de crew van 'Resident evil'
toevallig een weekendje viert. Ze maakt daarbij
dingen mee die ik absoluut nooit zou doen of
allang weer doorgereden was. Het is een stoere
vrouw!
Na Hawaï gaat ze door midden Amerika door en met
name het laatste stuk wordt een beetje
afgeraffeld, wat ik erg jammer vind. Het leek
wel of het even snel af moest of dat het te dik
werd. Zeker niet consistent met het begin.
Desondanks wil ik het boek zeker aanraden want
het leest erg lekker weg. En het is gemakkelijk
op de 2e hands markt te vinden voor een paar
euro's. |
 |
Samuel Jobse
Blik op de Annapurna
Uitgeverij 'Eigen beheer'
ISBN 978-90-8834-446-6
In deze tijden van internet is het heel
gemakkelijk om een eigen boek(je) uit te geven
en gelukkig doen veel reizigers dat nu ook. Een
ervan is Samuel Jobse, die op de fiets vanuit
Nederland naar de Himalaya is gefietst, waarbij
een grote omweg is gemaakt in India.
Het boek van Samuel is leuk geschreven en leest
erg vlot. Het is ruimschoots geïllustreerd met
(zwart-wit) foto's die de teksten passend
ondersteunen.
Als ik het lees kan ik me niet aan de indruk
onttrekken dat Samuel ook wel eens een boek van
Frank van Rijn heeft gelezen. En als dit niet zo
is, dat is de stijl toevalligerwijs erg op
elkaar lijkend. Niet dat dit een nadeel is, want
de tekst is er niet minder om maar veel is in de
ik-vorm en af en toe direct naar de lezer toe
geschreven.
Wat ik leuk vond is dat Samuel regelmatig veel
achtergrondinformatie geeft van de plaatsen of
het gebied waar hij doorheen fietst. En niet
alleen de leuke belevenissen vertelt maar ook
soms de minder leuke. Het is zeker niet
langdradig want hij beschrijft 22.000 kilometer
in een dikke honderd bladzijden. Ik had het boek
dan ook in een dag uit.
Wat mij betreft hadden er wel wat meer
detailkaartjes aanwezig mogen zijn. Nu wordt op
twee bladzijden (ongeveer één A4) de complete
reis weergegeven. Leuk voor het overzicht, maar
liever zie ik bijvoorbeeld een kaartje per land
met de voornaamste steden aangegeven.
Al met al een aanrader om te lezen als je wilt
weten hoe het is om zo lang en zo ver onderweg
te zijn op de fiets. Meer informatie in deze
post |
 |
Frank van Rijn
De rode kangeroe
Uitgeverij Elmar
ISBN 90389 05440
Via marktplaats kon ik vrij goedkoop aan dit
boek van onze schrijvende fiets avonturier (of
fietsende avontuur schrijver) komen en het was
de investering waard.
Een tijdje geleden heb ik een ander boek van een
fietser in Australië gelezen (Roff Smith, Cold
beer and crocodiles), dus een aantal stukken
kwamen mij wel bekend voor.
Wat ik leuk vond aan het boek zijn de
gedetailleerde kaartjes. Ik vind het leuk om
tijdens het lezen precies te traceren waar hij
zit. Ook staan er veel (voornamelijk zwart-wit)
foto's in het boek. En aangezien een plaatje
meer zegt dan duizend woorden, verhoogt dit mijn
leesvreugde behoorlijk.
Het is een bijzonder man, die Frank van Rijn.
Ten eerste heb ik het gevoel dat hij schrijft
wat hij denk. Af en toe krijg ik het gevoel dat
ik in zijn hoofd meereis. Ten tweede doet hij
toch wel bijzondere dingen en heeft een aparte
manier van beleven. Uren door het zand ploegen
is voor hem een genot (als hij maar alleen is).
En zijn fiets, beladen met 40+ kg, een rotspad
opduwen vindt hij geen straf. De dingen die hij
doet zijn af en toe op het onverantwoorde af.
Toch weet hij het leuk te beschrijven, het boek
leest gemakkelijk en geeft net voldoende detail
informatie. Ik schrijf 'net' want soms had er
voor mij wel wat meer informatie mogen staan dan
het oppervlakkige wat hij aangeeft.
In het boek gaat hij vanuit Melbourne
(rechtsonder) langs de kust omhoog tot Brisbane.
Daarna steekt hij schuin middendoor naar Alice
Springs en dan naar Perth (links onder). En dat
is geen alledaags ritje. Hoge temperaturen,
tekort aan water en altijd die vliegen. Maar
echte pech, zoals bijvoorbeeld in 'de gouden
capuchon' maakt hij deze keer niet mee. |
 |
Josie Dew
Slow coast home
Uitgeverij Time Warner
ISBN 0 316 85362 3
Josie Dew kan gezien worden als de Engelse Frank
van Rijn maar dan in een vrouwelijke vorm. Ze
wordt ook wel vergeleken met Bill Brison omdat
die de neiging heeft om op dezelfde manier te
reizen en te schrijven.
Ik had al eerder het boek 'The wind in my wheels'
(De wind in mijn wielen) van haar gelezen en heb
me nu door 'Slow coast home' geworsteld. Ik zeg
expres geworsteld want het boek heeft meer dan
450 pagina's en dat zijn er, wat mij betreft,
ongeveer 200 te veel.
Ze volgt de Engelse kustlijn rond op de fiets.
Wat leuk is aan haar boek is dat het voor mij
heel herkenbaar is. Ik ben vaak in Engeland
geweest en bij veel van de plaatsen die ze noemt
komt bij mij een herinnering boven drijven. Ook
de kleine stukjes verklaring, historie en uitleg
die ze geeft bij plaatsen en gebeurtenissen
maken het interessant.
Wat me tegenstaat is het feit dat het erg
langdradig wordt en ze vaak in een herhaling van
oninteressant gebeurtenissen valt. Waarom die
genoemd worden is me niet altijd duidelijk. Ze
is ook héél erg negatief over het Engelse weer.
Als je haar leest, dan zul je niet snel geneigd
zijn om in Engeland te gaan fietsen terwijl het
er toch heel erg mooi kan zijn. Ook haar
continue hetze tegen de automobilisten komt
steeds weer terug.
Al met al geeft het wel een goed beeld over hoe
het is om met de fiets onderweg te zijn in
Engeland. Veel verschillende landschappen,
aardige, maar soms ook vreemde mensen, volle
campings, kamperen bij particulieren en de soms
erg steile wegen die het land heeft.
Het boek is erg gemakkelijk en goedkoop te
vinden op de 2e hands markt, bijvoorbeeld via abebooks. |
| |
|
| |
|
|
|
|