Terug
naar de hoofdpagina
 
 
 

 

 

 

Uitgelezen

Af en toe lees ik een boek dat over fietsen gaat. Soms is dit leuk, en soms is dit fantastisch. Regelmatig schrijf ik op wat ik dan van vind en dat publiceer ik op het forum van de wereldfietser. En op deze pagina worden alle recensies bijeengebracht.



   
Ellie Bennet
Mud, sweat and gears
Uitgegeven door Summersdale (Engelstalig)
ISBN 978-1-84953-220-4

Het fietsen van Land's end naar John O'Groats in Engeland staat al een tijdje op mijn to-do lijstje. Sterker nog, hij staat voor volgend jaar op het programma. Als voorbereiding daarop vind ik het leuk om de reisverhalen van anderen, die LEJOG gedaan hebben, te lezen. Dus toen in de mailing van Sustrans (een soort Engelse fietsersbond) dit boek langs kwam, was de bestelling zo gedaan.
Ik ken inmiddels al vele routemogelijkheden voor deze tocht. Maar deze variant kende ik nog niet. Deze route loopt namelijk voornamelijk via de pub. De twee fietsers, Ellie en Mick, houden wel van een goed biertje. Het liefst van een lokale brouwer. Achterin het boek staat de top 50 (!!) van beste bieren die ze gehad hebben. Het waren er dus meer.
Ze zijn beide niet echt getraind en hebben beide weinig fietservaring. En ze maken mee wat wij allemaal wel mee hebben gemaakt. Regen, tegenwind, drukke autowegen, hellingen en geen plaats om te overnachten. Geen camping, te slecht weer om te kamperen of geen B&B beschikbaar. We kennen het allemaal. Ellie weet dit alles op een prettige manier te beschrijven, met de nodige zelfspot. Zo gaat, voor de gezelligheid, een 70-jarige fietser met hun op pad (ze zijn zelf 50) maar die haakt al snel af omdat het te langzaam gaat.
In het begin gaat het boek meer over het eigen lijden en de relatie met Mick. Gaandeweg weet ze steeds meer te vertellen van de plaatsen waar ze komen en de omgeving. Als Engeland liefhebber vind ik dat hier een paar interessante stukjes bij zitten.
Jammer vind ik het feit dat er nauwelijks kaartjes en foto's in het boek zitten. Er zit één overzichtskaarten voorin en daar moet je het mee doen. Ik vind gedetailleerdere kaartjes om de route goed te kunnen volgen prettig. Nu moest ik af en toe Google Maps erbij pakken.
Al met al heb ik best wel plezier gehad met het lezen van dit boek. En één idee heb ik zeker overgehouden na het lezen; als ik volgend jaar LEJOG doe, dan ga ik onderweg ook de locale bieren proeven. Niet dat ik de 50 wil halen, maar een goede 'ale' gaat er altijd wel in.
  Steven Geirnaert
Foto Vélo : Impressies en gedachten uit 20.000 km Azië
Uitgegeven in eigen beheer
ISBN 978-90-902813-3

Enigszins teleurgesteld blader ik in eerste instantie het boekje door. Niet om het boekje zelf. Maar ik vraag de auteur altijd te signeren en Steven heeft dit, bewust of onbewust, niet gedaan. Jammer maar uiteindelijk geen probleem want de inhoud maakt dit gemis ruimschoots goed.
Steven en Heidi nemen een jaartje om te fietsen. Ze kiezen daarbij voor Azië. En onderweg maken ze veel mee. Steven maakt daarbij foto’s. Veel en veel mooie foto’s zelfs en ik ben best wel visueel ingesteld dus gek op plaatjes. Het boek staat er vol mee. Het is dan ook meer een kijk-boek, dan een lees-boek. Toch moet je de teksten niet onderschatten, ze zijn heel erg goed geschreven. Korte stukjes over de beleving in een land, hoe de mensen zijn en politieke en culturele achtergronden. En natuurlijk persoonlijke belevenissen. Prachtige stukje qua woordkeus en zinsbouw. Treffende conclusies en hij weet het gevoel, zo herkenbaar voor een fietser, mooi over te brengen. Het Vlaams heeft bij mij altijd een streepje voor. Als ik het lees, hoor ik altijd Goedele in mijn hoofd weerklinken. Als ik één punt van kritiek moet noemen dan zijn dit de kleine lettertje van de fotobijschriften. Maar misschien heb ik ook wel een bril nodig.
Het boek leest en kijkt zoals een goede whisky drinkt. En Lagavulin of een Laphroaig drink je ook niet in één keer leeg. Je proeft eraan, laat de smaak je mond vullen en geniet tot de laatste druppel verdwijnt. Zo ook de foto’s van Steven. Veel portretten, landschappen en de manier waarop mensen daar wonen, werken en leven zijn een feestmaal voor het oog. Er is zoveel te zien op dit foto’s. Het formaat van het boek helpt daar ook flink aan mee. Met elke dag een stukje kom ik na een tijdje aan het einde van het boek. En weer ben ik teleurgesteld. Maar deze keer omdat het boek op is. Ik heb er erg van genoten en Steven laat zien dat je voor een reisverhaal niet altijd lappen tekst nodig hebt. Een aanrader dit kijk-boek!
Gijs van Middelkoop
Amerikanen fietsen niet
Uitgeverij Elmar
ISBN 9789038920450

Gijs heeft een droom. Hij wil eigenlijk wel gaan fietsen in Amerika. Maar Gijs rookt en zijn conditie is niet al te best. Maar omdat Gijs zijn droom waar wil maken, stopt hij met roken, gaat trainen en rijdt uiteindelijk in Amerika. Samen met vriendin Aimée fiets hij van Miami in het oosten naar San Francisco in het westen. Meer dan 8000 kilometer.
Gijs schrift mooi. En herkenbaar. Op de eerste dag verdwaalt hij al en met een lekke voorband weet hij een achtervolging voor te blijven. Maar ook de andere ongemakken komen goed in beeld. Het besef dat halverwege vaak komt; 'Waar ben ik eigenlijk mee bezig?', de tegenwind, de waardeloze plekken waar je soms terecht komt en hoe je relatie onder druk komt te staan als je weken lang, dag en nacht, op elkaars lip zit. Genoten heb ik van de beschrijving dat Aimée vindt dat ze een paar dagen apart moeten fietsen. Gijs vindt het maar niks en gaat mopperend akkoord. Maar binnen een paar uur heeft Gijs een nieuwe metgezel: Sarah, een knappe meid en tien jaar jonger. En hoe vertel je dat aan je partner als je weer samenkomt? En hoe verklaar je het als blijkt dat Sarah het paspoort van Gijs heeft?
De manier waarop Gijs schrijft, het taalgebruik, de humor en de gekozen onderwerpen lezen voor mij erg prettig weg. Ik had moeite om het boek weg te leggen en het was dan ook zo uit. Soms overdrijft Gijs wat teveel, maar nog net niet op een storende manier. De laatste twee hoofdstukken vind ik persoonlijk wat minder. Gijs is dan niet meer de fietsreiziger, maar meer een toerist.
Ikzelf ben erg visueel ingesteld en de (kleuren)foto's in het boek vind ik dan ook zeker een pluspunt. Achterop staat een overzichtskaart maar ik had graag wat meer kaartjes gezien, nu pakte ik de atlas er af en toe bij om te kijken waar ze zijn. En ik vind het jammer dat er geen fotootje van Sarah in het boek zit. Ik ben erg nieuwsgierig naar haar.
Gijs is met stip binnen mijn top vijf van fietsboeken binnen gekomen. Ik hoop dat Gijs nog vaker op reis gaat en daar boeken over schrijft.
Harry Wagenaar
Wegwerkzaamheden (Stof voor thuisblijvers)
Uitgeverij Boekenplan
ISBN: 9789081817400

Op het forum zag ik dat Harry een boek heeft uitgegeven. Besteld, ontvangen en gelezen.

Het boekje ziet er verzorgd uit. Een beetje als het Boekenweekgeschenk. Hetzelfde formaat, harde kaft en mooi gedrukt. Dat is alvast een pluspunt. Maar dan de inhoud...
Het zijn een verzameling korte essays of columns over onderwerpen die Harry tijdens zijn reizen hebben bezig gehouden. Aan de plekken te zien, waar het zich afspeelt, heeft Harry behoorlijk wat gereisd. Soms komt er een fiets in voor en soms een tent. En daar houdt, voor mij, de link met fietsen op. Het zijn op zich mooi geschreven verhaaltjes maar, naar mijn gevoel, probeert Harry teveel literatuur te schrijven. Ik ben niet zo van de literatuur. Ik ben meer van de reisverhalen. Ik had hier ook een reisverhaal verwacht. Dat is natuurlijk een probleem van mij; die verwachtingen.
De teksten komen op mij iets te gekunsteld over. De zinnen zijn te mooi, de woordkeus is té perfect. Harry vertelt van het mooiste dorpje, een treinreis in een wagon die hem wakker houdt, een restaurantje waar hij bijzonder gegeten heeft. Hij stelt zich daarbij vaak op als observator. Hij beschrijft de situatie en wat het met hem doet. Hij analyseert de mensen, gevoelens en mijmert over de situaties. En daarbij worden genante situaties en gedachten niet vermeden. Meestal heeft hij hier tussen de anderhalf en tweeënhalve bladzijde voor nodig. De verhaaltjes lezen gemakkelijk maar soms weet ik niet goed wat ik ermee moet. Wat dat betreft is het inderdaad ‘stof (tot nadenken) voor thuisblijvers’.
Ik heb er geen spijt van dat ik het gekocht en gelezen heb, maar in de boekenkast komt het niet tussen mijn fietsboeken te staan.
Paul Vreuls
De ronde van Nederland
ISBN 90-9017660-8

In de meivakantie hebben we 'de ronde van Nederland via LF-routes' grotendeels afgemaakt. Toen we eerder deze ronde begonnen heb ik het boekje van Vreuls gekocht als inspiratie en daarna vergeten. Dat is achteraf erg jammer want, hoewel hij niet dezelfde route fiets, er staan toch wel erg veel leuke en bijzondere tips in om onderweg te bezoeken. Na onze ronde heb ik het boek weer opgepakt en moet nu bekennen dat het een juweeltje is.

Vreuls fietst zoals er eigenlijk gefietst zou moeten worden. In 'slow-time' met de nadruk op het ervaren. Hij fietst in het 'nu', gaat op in de omgeving en geniet van het alledaagse. Om dat goed te kunnen doen fiets hij ook maar 50 km per dag. De overige tijd besteedt hij goed; een bezoek aan een klooster, een wandeling met de boswachter door een natuurgebied of gesprekjes met de mensen die hij onderweg tegenkomt. Hij kan lyrisch worden als hij het blauwbekje hoor fluiten of een zeldzame orchidee in de berm ontwaart. Dit weet hij op zeer fraaie, haast poëtische wijze op te schrijven waardoor het een genot is om te lezen. Daarnaast is hij ook niet bang om zijn missers, zijn meningen en gevoelens te beschrijven. En als ik hem lees, dan kan maar één conclusie trekken: die man geniet van elke minuut dat hij fietst.

Zijn route loopt dichter langs de landsgrenzen dan de LF routes. Daardoor is zijn ronde ook meer dan 2000 kilometers in elf etappes. Deze etappes fietst hij in verschillende weekenden, verspreid over het jaar.

Mocht je de ronde van Nederland nog gaan fietsen, dan is dit boekje een absolute aanrader. Het leukst is het om voorafgaand aan de etappe die je fietst, zijn etappe te lezen. En net als hem de tijd te nemen om te genieten. Het gaat tenslotte niet om de kilometers, het gaat om het ervaren!
Frank van Rijn
In de ban van Stempelstan
ISBN 978 90389 2037 5

Alweer een boek van Frank van Rijn. In dit geval gaat hij door veel 'stan' landen. Onder andere Turkmenistan, Oezbekistan en Tadzjikistan. Reizen in deze landen vereist veel stempels. Vandaar de titel. Naast de stempels heb je overigens ook veel geduld nodig...
Op de Frank van Rijn manier vertelt hij over deze fietsreis. Samen met een vriend, die ook een meester is in nutteloze discussies, fietst hij door deze landen. Het boek bevat veel foto's en dat illustreert des te meer de onmogelijk reizen die deze man onderneemt. Waar ik geen weg zie, maar een gewone rivierbedding, daar fietst van Rijn gewoon met zijn afgeladen fietsje. Het gaat niet altijd even snel, maar hij heeft de tijd en hij komt er wel. Passen van boven de vierduizend meter met veel klimmen dalen? Geen probleem. Alles wordt met een nuchtere simpelheid bendaderd en voor elk probleem is er een oplossing.
Hij geeft veel achtergrond informatie, vertelt veel over zijn ontmoetingen met de mensen daar en, heel herkenbaar, de problemen die hij onderweg ondervindt. Gewoon een lekker boek om te lezen als je zelf ook fietser bent. Maar ook voor niet fietsers bevat het boek genoeg aantrekkingskracht. Kortom, hier val je je zeker geen buil aan als je het leest en het zal je een paar aangename uren geven.

Dirk van Asselt
Volg je hart, 12.000 kilometer door Zuid-Amerika
ISBN 978-90-5335-288-5

Laat ik beginnen te zeggen dat dit boek niet echt mijn kopje thee is. Als een boek begint met iemand die zo nodig moet vertellen dat er al 300.000 naar hem geluisterd hebben, dan heb ik het al gehad. De recensie wordt daardoor ook een beetje gekleurd, misschien moet je proberen daar doorheen te lezen.

Dirk van Asselt zit op een kruispunt in zijn leven. Hij wil leven, hij wil gezien worden en hij wil zichzelf een cadeautje geven. En dat gaat hij allemaal doen door 12.000 km door Zuid-Amerika te fietsen. De tocht begint in Rio de Janeiro, Brazilië en eindigt in Quito, Ecuador. Onderweg is er begeleiding van een grote vrachtwagen, Bernie en een lunch-stop auto. Er fietsen ongeveer een man/vrouw of 15 mee. Onderweg gaan er mensen af en komen er nieuwe mensen bij. Dirk beschrijft per dag zijn belevenissen en het boek bevat een groot aantal kleurenfoto’s .Ze fietsen over snelwegen met veel verkeer, over zand- en gravelwegen en door de woestijn. Ze moeten ook behoorlijk wat bergen (Andes) over. Het daggemiddelde ligt zo rond de 110 km maar er zijn ook dagen van 150+ km.

Dirk beschrijft de reis per dag en dat had hij misschien niet moeten doen. Daardoor valt hij veel in herhaling. Voor een ‘eigen’ logboek wel leuk maar om te lezen wordt het erg eentonig. Daarnaast is Dirk heel erg met zichzelf bezig. Het woord wat het meeste voorkomt in het boek is ‘ik’.  Hij heeft het duidelijk moeilijk met zichzelf en wil dat graag kwijt.  Dat doet hij met schreeuwerig vette woorden en in HOOFDLETTERS.

Ik wil graag een reisverslag lezen en geen innerlijke strijd. Zijn heimee en gesprekken met het thuisfront, zijn meditaties, zijn uitleg over chakra’s en zijn plannen voor een nieuw bedrijf: Het boeit me allemaal niet. Ik wil graag smeuïge fietsverhalen lezen over de omgeving, het afzien, de problemen onderweg en hoe je ze oplost. Hoe zijn de mensen? Wat beweegt ze? Wat maakt de omgeving zo mooi? En waarom zou de lezer dit ook moeten willen gaan doen?

Geloof me, ik heb respect voor de afstand en de kilometers maar het is toch allemaal behoorlijk gepamperd.  Als Dirk valt en zijn derailleur krom is, dan bestaat het afzien uit een stukje lopen om droog te kunnen schuilen totdat de materiaalwagen langskomt. Als zijn fiets het niet goed doet, dan gaat Duncan, de materiaalman, ermee bezig. Dat staat toch in schril contrast tot wereldfietsers als Frank van Rijn en Josie Dew die hun eigen problemen moeten oplossen. Er wordt voor hem gekookt, en als hij moe is of het wordt te lastig dan stapt hij in de auto. Op de hele reis zijn er dan ook maar twee mensen die EFI (Every Fucking Inch) halen.

Dit is duidelijk geen reisverhaal van iemand met een tentje op de bagagedrager die elke avond zijn eigen potje kookt. Maar als je zelf ook zo’n tocht wil gaan rijden, dan is het wel aardig om dit boek te lezen. Naast de reis vertelt Dirk ook van zijn voorbereiding, wat erbij komt kijken en wat hij meeneemt. Ook goed is dat hij een (klein) deel van de opbrengst van het boek aan twee goede doelen in Zuid-Amerika schenkt. Maar het uiteindelijk gevoel dat bij mij achterblijft na het lezen van het boek is dat het jammer is van mijn tijd. Ik had beter kunnen gaan fietsen…

Dirk is nu (april 2011) aan het wandelen van Rome naar Jordanië. Meer over het boek en hem kun je lezen op zijn website

Wim Dussel
Wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? – 6800 km op de fiets door de achtertuin van Amerika
ISBN 9062 07281 X

Tijdens de huttentocht van de Wereldfietser sprak ik onder andere met Kees. En Kees vond dat ik dit boek eens moest gaan lezen. Even zoeken op internet en ik had een gesigneerd exemplaar in de bus liggen. Het boek is op A4 formaat, 191 bladzijden en (veel) zwart-wit foto’s.

Omdat Amerika 200 jaar bestaat, wordt er een fietstocht dwars door het land uitgestippeld. Mensen van over de gehele wereld schrijven in en doen mee. In groepjes zijn ze onderweg. Het groepje van Dussel bestaat uit Amerikanen, Nederlanders en Australiërs. Ze overnachten in van alles en nog wat (er zijn ook kampeergroepen) en leven op een budget van een paar dollar per dag. De gehele reis duurt ongeveer drie maanden en kostte toen een kleine duizend dollar. Op de foto’s zien we duidelijk jaren zeventig beelden. Mannen met grote bossen haar. Snorren en baarden waren toen normaal en de kleding (her) ken ik alleen van de foto’s van mijn ouders.

Het boek komt op mij over als oubollig. De titel is oubollig, de tekst is oubollig en de mensen op de foto’s ook. Ik verbaas me over het feit dat de schrijfstijl zo veranderd is in de tijd. Dussel schrijft zoals je zou praten. Lange zinnen. Vaak zonder een duidelijk punt. Veel herhaling. Veel tekst gaat over wat hij vindt van andere mensen. Veel tekst gaat over wat er allemaal niet goed georganiseerd was tijdens de reis. Hij schrijft het, met erg wollige taal,  als een dagboek. Elke dag wordt beschreven maar als alle dagen op elkaar lijken, dan kun je beter soms wat stukken overslaan en alleen de interessante zaken vermelden. Op een gegeven moment weet ik wel dat het steil is. En dat de weg lang is. En dat gravel niet zo fijn rijdt. En dat de overnachtingplaats (weer) niet goed is. Kortom, het boek zou minimaal de helft korter kunnen zijn. Het was nog in de tijd dat (haast) niemand Engels kan. In het begin vertaalt hij ook steeds woorden, maar met dat irritante gebruik houdt hij snel op. Het is nog in de tijd dat ‘neger’ geen fout woord is en je nog foute meningen mag hebben over Turken en Indianen.

Waarom zou je het wel moeten lezen? Het geeft een mooi tijdsbeeld. Deels door de foto’s, maar ook omdat Dussel beschrijft hoe het Amerika van toen eruit zag. En hoe het fietsen toen ervaren werd. Die ervaring was in het algemeen weinig. Slechte voorbereidingen, slechte materialen en niet zulke mooie spulletjes als nu. Ik vind het leuk om dat af te zetten zoals ik nu fiets. We zijn er toch een stuk op vooruit gegaan alhoewel aan de fiets an-sich weinig veranderd is. Grappig is het laatste hoofdstuk waarin Dussel wat woorden wijdt aan de fiets en het fietsen op lange afstand. Compleet door de tijd ingehaald.

Dus… als je wilt weten hoe het fietsen in Amerika in de jaren zeventig was, dan moet je dit boek absoluut lezen. Maar maak je borst maar nat. Het is doorbijten om er doorheen te komen.

Meer informatie over de Bike Centennial kun je hier of hier vinden.

Ward van Loock
De verovering van het Britse eiland – Fietsen van Land’s end tot John O’Groats.
Kirjaboek
ISBN 978 94 6008 071 5

Het staat nog op ons lijstje om eens te fietsen: Engeland van zuid naar noord. En als ik dan een boek tegen kom dat hierover gaat, dan wil ik het natuurlijk graag lezen. Bij alle fiets reisverhalen die ik tot nu toe gelezen heb, heeft geen mij het gevoel gegeven dat ik bij dit boek had. Dit boek gaat niet over fietsen, maar over de relatie tussen twee fietsers die constant met elkaar in de clinch liggen.  En tussen alle ruzies door hebben ze ook nog tijd om naar het noorden van Engeland te fietsen.
Voor LEJOG zijn een aantal routes, maar de auteur heeft er zelf een gemaakt die grotendeels ver Sustrans routes loopt. De route is in het boekje aangegeven door middel van kaartjes (maar ik denk dat ze te klein zijn om goed na te kunnen fietsen). Omdat hij deze route niet alleen wilde fietsen zocht hij een reismaat. Maar hij had beter even verder kunnen zoeken. Het lijkt alsof ze elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Wil de een hier kamperen, dan is dat niet goed voor de ander, die natuurlijk 100 meter verderop wil. Wil de een hier pauzeren, dan wil de ander dit niet. Een van beide heeft de kaart en weigert die af te staan aan de ander. Als ze elkaar kwijt raken, dan vinden ze elkaar natuurlijk niet op de afgesproken plaats. En dat ze af en toe verkeerd rijden is ook geen bonus voor de onderlinge verhoudingen. Hoe twee mensen zo met elkaar op reis willen blijven is mij een raadsel. Ik was na een dag al gillend weggefietst en nooit meer terug gekomen.
De meningsverschillen worden goed beschreven. Zo goed zelfs, dat als mijn vrouw me onderbreekt met lezen, ik haar ook meteen begin af te snauwen, net als de mannen in het boek bij elkaar doen. De rest van het boek gaat over het landschap, de pubs, de route, en is zeker lezenswaardig. Ronduit slordig vind ik dat het boek in het begin vragen stelt met de belofte dat die later beantwoord worden terwijl dit niet gedaan wordt.  Het boek bevat af en toe kleine kadertjes waar een uitstapje wordt gedaan naar een onderwerp wat relevant is voor het gebied waar ze doorheen fietsen.  Daarnaast bevat het boek een groot aantal foto’s. Vind ik altijd een pluspunt omdat ik erg visueel georiënteerd ben. Op de foto’s staan soms twee lachende mannen maar de afstand op de eindfoto is duidelijk groter dan op de beginfoto.
Over het eindoordeel ben ik dubbel. De beschrijving van de reis vind ik leuk om te lezen. Maar er ligt teveel nadruk op de onderlinge ruzies om hier goed van te kunnen genieten. Eigenlijk net als de relatie tussen de mannen want als ze bij elkaar zijn is het niet goed. Maar als ze elkaar kwijt zijn, dan worden ze ook ongelukkig.

Louise Cornelis
Afzien voor beginners - Met  een grote groep op de fiets door Afrika
Uitgeverij Totemboek
ISBN 978-90-77557-63-1

Via het forum kom ik af en toe fietsboeken op het spoor. Zo ook deze die je kon bestellen via www.afzienvoorbeginners.nl. Als ik bestel dan vraag ik vaak of ze er iets in willen zetten. Maar bij dit boekje moet je daarvoor betalen en belette me bijna om op de ‘bevestig’ knop te klikken. Dan maar zonder handtekening en ik heb er geen spijt van. Het bijna 100 pagina’s tellende boekje heb ik dan ook in één ruk uitgelezen.
Het is geen fiets-reis-boek zoals ik dat gewend ben. Het is eigenlijk een groot essay over afzien. Bij deze term denk ik altijd aan het gevoel dat ik heb als ik weer een groter-dan-10% helling op stoemp met mijn beladen fiets. Maar na het lezen van dit boekje weet ik dat je op veel meer manieren kunt afzien. Manieren die ik ook veel gedaan heb, maar waarbij ik me nooit realiseerde dat dit ook afzien is. Daarnaast is het boekje ook een groot deel zelfreflectie en evaluatie van de reis die beschreven wordt.
Het eerste hoofdstuk begint met het relativerend vermogen dat we allemaal hebben. ‘Het afzien valt wel mee.’ Niet op het moment maar zeker achteraf. Het tweede deel gaat over flow. Ze heeft een aardige analyse van dit gevoel wat we allemaal wel willen ervaren en hoe je dit het beste kan ervaren. Het derde hoofdstuk gaat over grenzen stellen. We zijn er meestal zelf bij en laten het gebeuren. Maar in feite ben je zelf verantwoordelijk voor wat je wilt afzien. Hoofdstuk vier gaat over het groepsproces. Een heel herkenbaar hoofdstuk voor een ex-Cycletours reiziger. Daar duurde het ‘verplichte’ samenzijn altijd maar twee weken. Binnen deze periode weet je de ergernissen nog in te slikken. Zij waren als groep enkele maanden bij elkaar en dat doet wat met mensen. Tenslotte is er nog een apart hoofdstuk over Ethiopië.
Alle hoofdstukken zijn rijk belegd met stukjes reisverslag. En dit maakt het juist zo aangenaam om te lezen. Een stukje reflectie of theorie en dan een stuk reisverslag dat het belicht. Het geeft mij een heel goed beeld hoe het is om met zo’n groepsreis mee te gaan. Iets wat ik na het lezen van dit boek niet snel zal doen. Want als ik dagelijks 150+ kilometers moet fietsen, dan wil ik bijvoorbeeld niet dat het eten op rantsoen is. Het boekje geeft me ook een goed beeld hoe het is om in Afrika te fietsen. Dat lijkt me wel wat en zet ik zeker op mijn lijstje.
Het boek eindigt met een verrassende conclusie over afzien. Met een stukje toelichting. Die verklap ik niet, die moet je zelf maar lezen.
Als ik een nadeel zou moeten noemen, dan is dit het kleine aantal foto’s. Ik hou van plaatjes. Plaatjes zeggen mij echt meer dan 1000 woorden. Afzien wordt voor mij in dit boek geïllustreerd door de foto van iemand die een geul om een tentje aan het graven is dat in een sloot lijkt te zijn opgezet. Kostelijk! Gelukkig zijn op de site wel meer foto’s te zien. 

Gerard Monnik
Wereldreiziger in de jaren dertig/met de fiets naar de Orient
Uitgeverij Elmar
ISBN 90389 10460

Het is erg bijzonder om te lezen hoe ze vroeger op fietsreis gingen. Je kunt het geen fietsvakantie noemen want ze waren maanden op reis. Op een gewone fiets met een terugtraprem. Paar fietstasjes achterop en hup, gaan.
Geen Rohloff, geen lichtgewicht fietsen, geen waterdichte fietstassen en geen ademende kleding. Het is grappig om te zien (het boek bevat heel veel foto’s) dan de man gewoon met een stropdas op de fiets zit! Het is nauwelijks voor te stellen hoe ze hun spullen meenamen in die twee achtertasjes. En tel er dan nog de katoenen tent bij op! En geen digitale camera maar…

Heel voorzichtig deponeerde Toon een groot pak in de tas, waarin zich zijn apparatuur voor het ontwikkelen en afdrukken van de foto’s bevond. Hiervoor zou hij ’s nachts de tent als donkere kamer gebruiken.

Hij beschrijft zijn fietsreis naar de Oriënt. Eerst door Europa, oversteken naar Afrika en dan door naar Egypte. Het is leuk om te lezen, roept veel verwondering bij mij op, maar het komt toch erg geromantiseerd op mij over. Het reizen was toen geen sinecure. Gevaar lag overal op de loer. Als je in een ravijn stort, of je wordt beroofd en het leven erbij laat: geen haan die ernaar kraait.
Monnik beschrijft de ontmoetingen met de mensen die hij tegenkomt. Het landschap in het begin van de vorige eeuw en zijn problemen die hij onderweg ondervindt. Een deel gaat ook over zijn ontmoeting met zijn, dan nog aanstaande, vrouw. Soms is het wat gezocht en langdradig, Soms leest het teveel als en jongensboek. Naast de reisverhalen staan er nog een aantal verhalen die zijn vader heeft verteld.
De uiteindelijke indruk die bij me achterblijft is dat ik toch wel een fietswatje ben vergeleken met deze echte bikkels uit de pionierstijd van het vakantiefietsen. Kleine troost is dat Frank van Rijn eerder in mijn categorie zou vallen dan in hun groep.
Josie Dew
A Ride into the Neon Sun, A Gaijin in Japan
Uitgeverij Little, Brown and Company
ISBN 0 316 88156 2

Fiets meenemen in het vliegtuig, is niet iets wat me aanspreekt. Maar als ik zou doen, dan zou ik in Japan willen fietsen. Net als Josie Dew doet in dit boek.
Fietsen in Japan lijkt me als fietsen op een vreemde planeet. Je begrijpt geen woord van de gesproken en geschreven taal en de mensen en gebruiken zijn haast alien.
Japan bestaat uit een aantal eilanden die ze allemaal op de fiets bezoekt. Eerst het grootste deel Honshu en Hokkaido erboven. Dan de steeds kleiner worden eilandjes eronder eindigend in Iriomote. Bootjes brengen haar tussen de eilanden heen en weer.
Leuk zijn de beschrijvingen van de vriendelijkheid en vrijgevigheid van de mensen. Overal kan ze terecht, overal wordt ze uitgenodigd. Volkomen wildvreemden stoppen om haar wat te geven. Van fruit tot eten. Van sokken tot telefoonkaarten. In Japan wordt dit gezien al gelukbrengend. Bijzonder vind ik de beschrijvingen van hoe ze kampeert. Meestal in een parkje in een stad of een dorp. Apart zijn de ontmoetingen met mensen. Communicerend met handen en voeten, soms in gebrekkig Engels en soms in gebrekkig Japans (je leert aardig wat Japans tijdens het lezen van dit boek). En afschrikwekkend zijn de beschrijvingen van de urbanisatie, de snelwegen, het autoverkeer en het gebruik van beton. En dan het weer daar. Dat is toch ook wat anders dan we hier in Europa gewend zijn. Heet, veel heftige regen. En dan de tornado's. Zeker niet om te onderschatten.
Mocht je naar Japan willen gaan om te fietsen dan is dit boek een 'must-read'. Vind je fietsen in het buitenland leuk, dan is dit een vermakelijk boek. Het is meer dan 500 bladzijden dus best wel een pil maar ik heb het met plezier gelezen. Haar schrijfstijl is leuk. Het gaat meer over hoe zij, als fietser uit Engeland, het land en de mensen beleeft, dan een opsomming van sites-to-see. Kortom, een aanrader als je van reisboeken houdt, al dan niet op de fiets.
  Ronald Nihot en Ineke Valster
Licht verzet
Uitgegeven in eigen beheer
ISBN 90-804036-1

Lid zijn van de Wereldfietser levert toch af en toe verrassende resultaten op. Vanwege het slechte (lees: gladde) weer gaat een ‘rondje Groningen’ niet door en zijn we te gast bij Ronald Nihot en Ineke Valster voor een alternatief programma. Niet alleen krijgen we daar een gezellige middag, maar bij het weggaan geeft Ronald ons het boek ‘Licht verzet’ dat hij geschreven heeft.
Het boekje is in eigen beheer uitgegeven en verhaalt over hun fietsreis in Amerika met hun twee (grotere) kinderen. Ze fietsen in totaal een kleine maand. Eerst in het zuidwesten, in de staten Utah en Colorado. Later gaan ze met de trein naar het noordoosten, Pennsylvania en Maryland, waar ze een korter stuk fietsen.
Voor wie in Amerika, en specifiek dit gebied, wil gaan fietsen, is het boek een absolute aanrader om te lezen. Je leert hoe het er toegaat in het land van de Yankees . Wat je kunt verwachten van de mensen, van de wegen en hoe het klimaat is. De aanwezigheid van camping en de winkels.
Voor wie met kinderen op fietsvakantie wil, geeft het boek ook een goede handreiking. Het heet niet voor niets ‘Licht verzet’, wat je op meerdere manieren uit kunt leggen. Met kinderen op fietsvakantie is echt anders dan met (alleen) volwassenen. Je zult je op bepaalde manieren moeten aanpassen, zoals ook in het boek te lezen is. Leuk is dat beide kinderen aan het einde van het boek schrijven hoe zij het ervaren hebben.
Wat ik altijd een pluspunt vind zijn kaartjes en foto’s. Die zijn beide aanwezig in het boek. Je kunt de reis globaal volgen. De foto’s zijn zwart-wit en niet allemaal even duidelijk. Toch ondersteunen ze het verhaal wel.
Als ik wat aan te merken zou hebben, dan is het de schrijfstijl. Het is duidelijk geen literatuur, maar de vraag is of je dit mag verwachten. Het is meer geschreven als (persoonlijk) reisverslag waardoor niet alles even boeiend voor me was. Frank van Rijn kan dat ook goed, zijn stijl vind ik ook niet echt super. Toch leest het boek vlot en heb ik zeker niet de neiging gehad het weg te leggen. Als aanvulling op hun eigen avonturen beschrijft Ronald ook regelmatig culturele en toeristische achtergronden van de plaatsen die ze bezoeken. Dit geeft het boek iets meer dan een gemiddeld reisverslag.
Ik vraag me af of het boekje in de winkel te koop is. Als je het wilt lezen, dan vermoed ik dat je het rechtstreeks bij de auteur moet bestellen. En dan kan vrij gemakkelijk via het forum waarop Ineke ook actief is.

 
  Dirk Jan Roeleven
De nieuwe fiets
Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam
ISBN 978 90 204 0816 4

Al bij het eerste hoofdstuk had ik het idee ‘Dit is geen boek voor mij’. Ik had een boek verwacht met een reisverhaal. Dat was dit helemaal niet! Het ging over wielrenners, collen en wedstrijden. En op een manier geschreven die op mij wat hoogdravend overkomt. Maar ik zit in een appartement in de Italiaanse bergen. En geen ander boek bij me dus ik lees door. En daar heb ik geen spijt van gekregen want na een tijdje ‘pakt’ het boek wel degelijk. 

De hoofdpersoon heeft een nieuwe fiets gekocht bij een klein fietsenmakertje ergens in Italië. In mei haalt hij de fiets op en besluit naar huis te fietsen. Maar het boek gaat niet alleen over het fietsen. Het gaat ook over zijn vader die aan de kanker gestorven is. En over vrienden die veel te vroeg overleden zijn. Halverwege schrijft hij ‘de dood fietst mee’ en dat is ook zo. De manier waarop hij zijn vader neerzet in jeugdherinneringen is erg mooi. Iedereen heeft wel een vriend, vriendin of familielid verloren aan deze grote ziekte met de kleine ‘k’. Maar wat me met name aanspreekt is dat het als een spannend jongensboek geschreven is. De hoofdpersoon maakt van alles mee onderweg. Op een ‘mannen’ manier lost hij de problemen op. En hij beschrijft dit op een ‘mannen’ manier. Mannen schrijven nu eenmaal anders dan vrouwen... 
Toch zijn er wel degelijk overeenkomsten met een vakantiefietser. Ook hier moet de fietser lijden. Niet alleen valt de tocht, letterlijk (door de vele regen) en figuurlijk (hij kan niet de gedroomde route fietsen), in het water. Ook het klimmen, zelfs met een nieuwe fiets, is altijd weer afzien. En soms moet er geïmproviseerd worden. Net als tijdens een wereldreis op de fiets. En dat doet hij.

Het eindoordeel valt dus ook uitermate positief uit. Het is een boeiend boek als je de verwachting van een reisboek naar ‘gewoon’ een mooi boek bijstelt. Het neigt haast naar literatuur. En de liefde voor de fiets en de bergen is universeel onder de fietsers. Lezen dus, als je de kans krijgt!

Meer informatie over het boek vind je hier
Peter Mak 
Over alle grenzen (€ 19,95)
Uitgeverij Spectrum
ISBN 978 90 274 65207

Peter en Karin Mak hebben alles verkocht en zijn op reis gegaan. Een stap die ik wel droom maar (nog) niet durf te nemen. Ze fietsen al jaren over de wereld en leven als vagebonden. In dit boek leggen ze het traject af van Kashgar (China) naar Kathmandu (Nepal). Mocht je in die buurt willen gaan fietsen, dan is het aan te raden hun ervaringen te lezen. Ze schrijven van de corrupte Chinezen, slechte wegen, kou en zuurstoftekort. Maar ook van de ontmoetingen met mensen die niets hebben en dat ook nog delen, de leegtes en de spirualiteit die je ervaart als je tegen jezelf vecht.
Eindelijk een fietsboek met veel foto's en dat vind ik heerlijk. Nu zie ik of het daar ook zo is als ik me voorstel. Het komt aardig overeen en spreekt me zeker aan.
Wat ik jammer vind is dat er maar weinig kaartjes in zitten. Alleen een in het begin die de globale route weergeeft. Maar goed, er zal weinig kaartmateriaal van beschikbaar zijn. Een ander nadeel van het boek vind ik de layout. Een vijfde van de pagina wordt niet gebruikt. Hierdoor had het boek een stuk dunner kunnen zijn of, nog beter, meer foto's kunnen bevatten.
De ervaringen zijn leuk om te lezen. Hiermee kan ik me heel goed voorstellen hoe het is om daar, op hun manier te fietsen. Het beeld wordt zeker niet rooskleuriger neergezet dan dat het is. Daar fietsen is afzien en dat wordt maar al te goed weergegeven. Zoveel zelfs dat ik me af en toe afvraag of ze (nog) wel leuk vinden wat ze doen. Maar het is wel een eerlijk beeld. Na het lezen van het boek weet je, wat je mag verwachten als je daar gaat reizen. Geen luxe. Zelfs niet als je geld hebt. Overnachten in verlaten herdershutten. En wekenlang niets anders dan noedelsoepjes. 
In het maandblad van de Wereldfietser hebben we kunnen lezen dat ze weer thuis zijn. De recessie heeft ook voor hen toegeslagen. En ik vermoed dat ze het ook wel lekker vinden om weer in de westerse luxe een beetje bij te tanken. Maar ik vermoed ook dat, als weer voldoende gespaard hebben, ze weer op de fiets stappen en op pad gaan. Want het lijkt me dat het leven als fietsende vagebond blijft trekken. Zeker als de smaak ervan vers in het geheugen ligt.
Ilja Leonard Pfeijffer en Gelya Bogatischcheva
De filosofie van de heuvel, op de fiets naar Rome
Uitgeverij de Arbeiderspers
ISBN 978 90 295 6768 8

Dit is geen reisboek. Dit is literatuur. Kunst. En pure poëzie. Het is ontegenzeggelijk een van de mooiste boeken die ik ooit gelezen heb. Ik durf haast te zeggen dat het een van de mooiste boeken is die ik zal lezen. Het heeft mijn kijken op fietsen, reizen, de weg, het doel en het leven veranderd.
Ilja Leonard Pfeijffer is eigenlijk een dichter. En in alles de tegenpool van mijzelf. Hij staat op de voorplaat met een buikje. Zo zul je mij nooit zien. Ik zal ook nooit om 15:45 vertrekken voor een fietstocht naar Rome. Ongepland. Slechts een rugzakje en een kaart van Frankrijk mee. Ze weten eerst al niet waar ze heen moeten. Brrr, niets voor mij. 
Het boek zou mij moeten vervullen met afschuw. Als een kookboek met alleen maar vieze recepten. Maar het spreekt me aan als culinaire hoogstandjes. Ook ik wil nu een keer op de parkeerplaats naast mijn fiets moeten slapen. Genieten van het moment. En niet balen van mijn slechte planning. Maar ik ben jaloers op het gemak waarmee ze door het leven gaan. Dat kan ik niet. Althans dat denk ik. Maar misschien heeft hij gelijk als hij schrijft:

Wie van tevoren iets plant of voorbereidingen treft, is zich alleen maar zorgen aan het maken om dingen waaraan niemand iets kan veranderen. En voor je het weet, krijg je verwachtingen en dan is alles bij voorbaat al verpest…

Hij rijdt op een tweede hands Batavus racefiets. Voor 75 euro bij de Turk om de hoek gekocht en waar hij gaandeweg een liefdesrelatie mee opbouwt. Zijn vriendin Gelya Bogatischcheva, een Russische, is fotografe. Het boek is dan ook bezaaid met prachtige foto’s. Meeste zwart-wit, maar ook wat in kleur. Maar helaas geen kaartjes. Die mis ik wel een beetje.
Het boek gaat niet over stadjes en wat er te zien is. Geen stijgingspercentages en hoogtemeters. Het gaat over gevoelens die het landschap en de weg geven. Gevoelens die de mensen en de omgeving oproepen. Dit alles wordt in kunstige bewoordingen beschreven:

Wij denken dat een weg ertoe dient om een bestemming te bereiken. Maar dat is veel te simplistisch gedacht van ons. Natuurlijk is er een bestemming. Anders zouden we nooit vertrekken. Maar het gaat er niet om die bestemming te bereiken. Het gaat om het gaan. De weg is geen middel tot een doel, De weg zelf is het doel. De bestemming leidt alleen maar af van de weg. Je kunt alleen maar leren en genieten van de weg als je in staat bent de bestemming te vergeten.

Het boek bevat honderden van deze uitspraken. Pure filosofie. Voor mij is het boek de Zen van het fietsen en heeft me geleerd dat er ook een andere kant aan de (planning) medaille zit. Bij het fietsen en ook in het leven. Dat het, hoe dan ook, altijd wel goed komt. Ook als je niet plant. Ook als je geen kaart bij je hebt. En ook als je Batavus je in de steek laat. 
Na 41 dagen en 2600 km later komen ze in Rome aan. Ze hebben Italië gehaald. Niet zonder tegenslagen. Niet zonder allerlei gebeurtenissen die ik ‘weggepland’ zou hebben. Maar ook met ervaringen die je niet kunt plannen. Sterker nog, die je niet zou moeten willen plannen omdat ze onplanbaar zijn. Overigens zijn ze niet meer vertrokken uit Italië. Eigenlijk was dat hun doel toen ze uit Nederland vertrokken. Alleen wisten ze dat nog niet. Toen. 
Chris Gooderham
Ten bodies, two bikes and a boil, Lands End to John O'Groats cycle ride.
Uitgeverij www.lulu.com
ISBN 978-1-4092-0295-0

Wat doe je als je hoort dat je een puist (boil) hebt, waar een wormeninfectie onder zit en de enige andere persoon die dit heeft gehad ging na een jaar dood?
Dan maak je wat van je leven en dat doe je onder andere door 'iets' neer te zetten. een prestatie, iets waar je trots op kan zijn. 
Chris doet dat door te fietsen van Lands end naar John O'Groats. En dat doet hij niet alleen, maar met zijn schoonvader (2 bikes). Zijn schoonvader is een mopperkont, is te zwaar, heeft geen conditie, heeft een gammele knie en hoge bloeddruk. De ideale kandidaat om drie weken mee op stap te gaan. Of niet?
Hij vertelt onderweg van steile bergen, regen, vreemde snuiters onderweg, acht lekke banden, Bed en Breakfast gelegenheden waar je nog niet dood gevonden zou willen worden en natuurlijk zadelpijn. Het geeft niet heel veel culturele informatie maar wel hoe hij het land, het leven, de mensen en met name zijn schoonvader ervaart. 

Het is zonder twijfel het meest grappige fietsboek wat ik ooit gelezen heb. Ik lach zelden hardop maar bij het lezen van dit boek keek mijn vrouw me af en toe verbaasd aan en nu wil ze het ook lezen. De combinatie van droge Engelse humor (had ik al gezegd dat het in het Engels is?) en zijn kijk op de dingen maakt dit een topper. Een extra bonus zijn de kaartjes achterin met hoogteprofiel en soort wegen. Je kunt hem bij Lulu (printing on demand) bestellen, dan wordt hij voor je gedrukt en ik had hem na een paar dagen binnen.
De 'boil' en de 'two bikes' had ik al uitgelegd. Pas bij de laatste zin werd me duidelijk waar de 'ten bodies' op slaan maar dat wil ik hier niet verklappen. Daar moet je het boek maar voor lezen!
Guus en Nel Schipper
End to End 
Uitgeverij Aschcom
ISBN
90-804772-4-9

Als voorbereiding op de fietsvakantie van volgend jaar heb ik dit boek besteld en gelezen.
Als ik door het boek over de streep gehaald zou moeten worden, om deze tocht te maken, dan was het vast niet gelukt. Door de overwegend pessimistische inslag van de schrijver is het geen positief boek om te lezen. Of het is te koud, of het regent, of het is te warm. Het is allemaal niet goed. De wegen zijn te druk, de auto's rijden te dicht langs hem heen en het is teveel klimmen. Al met al lijkt het alsof hij er geen plezier in heeft. Hij had beter zijn vrouw af en toe kunnen laten schrijven. Zij schijnt iets positiever in het leven te staan. En misschien dat die ook wat minder op de persoonlijke beslommeringen ingaat, want die vind ik absoluut niet boeiend.
Toch denk ik, dat als je end to end wilt fietsen, dit boek gelezen moet hebben. Het weer in Engeland ken ik wel. Ook de steile wegen, want ik heb er eerder gefietst. Wat ik niet wist was dat de B&B zo vaak vol zijn. Als je wilt B&B'en dan moet je er op tijd bij zijn. Ook de achtergrond informatie bij de verschillende gebieden en steden is leuk en interessant. Deze stukjes geschiedenis maken het veel leesbaarder. De kaartjes ondersteunen zijn verhaal goed en geven een beeld van de route. Jammer vind ik hierbij dat hij strooit met namen van plaatsen, rivieren en water(tjes) die niet op de kaartjes staan. Ik wil graag kunnen zien waar dat precies is. 

Dus al met al heb ik me wel vermaakt, en soms verwonderd, bij het lezen van dit boek maar de twijfel om deze wel of niet te fietsen is wel wat groter geworden.
Frank van Rijn
Vijfentwintig jaar later. Reizen door Afrika, Mexico, de Vernigde staten en Centraal-Amerika
Uitgeverij Elmar
ISBN 90389 03529

Ik was recentelijk op de FenW beurs en na de lezing van Frank van Rijn leek het me ook leuk om een gesigneerd boekje te hebben. Het was erg druk direct na de lezing maar vlak voordat Eric en Carla begonnen zat hij er nog en toen heb ik deze aangeschaft. Hij was maar een tientje en dat paste goed in het motto van 'waarom duur doen als het goedkoop kan' waar Dhr van Rijn zich zeker in zou vinden.
Er staat best wel veel in het boekje. Zijn reis door Afrika maakt indruk, de Verenigde Staten zijn leuk en Centraal Amerika wat korter en saaier.
Afrika maakt indruk door her primitieve wat er 25 jaar geleden zeker moest zijn. Wat ook indruk maakt is de mate van afzien dat die man kan ondergaan. Zou jij een paar weken met een handje linzen per dag kunnen overleven? Of hoe zou jij reageren als je met een mitrailleur in een vrachtwagen gedirigeerd worden terwijl je beseft dat niemand weet dat je hier bent en dat dit rebellen zijn? En de afwezigheid van water en voedsel. En als er water is, dan is het smerig. Of met 40 km/uur over een steen stuiteren en er dan achter komen dat je voorwiel compleet in de kreukels ligt terwijl je in de rimboe zit. Je maakt wat mee...
Amerika was leuk omdat hij boeiend verteld over de mensen en de ontmoetingen. Het land was natuurlijk al aardig ontwikkeld (meer dan Afrika) en wat dat betreft is het contrast kleiner. Hij verteld veel over de nationale parken die hij bezoekt en dat zal nu wel anders zijn met het massatoerisme.
Centraal-Amerika vond ik een beetje saai. Hij bezoekt de oude tempels en wat vulkanen maar het verhaal hangt een beetje als los zand aan elkaar. De route is ook lastig te volgen op het kaartje terwijl dat bij de andere reizen wel goed te doen is.

Al met al heb ik het boekje met plezier gelezen en het was zijn 10 euro zeker waard. Het geeft een goed beeld van hoe Dhr. van Rijn onderweg is, maar ik denk niet dat ik dat op die manier zou kunnen en/of zou willen.
Josie Dew
Travels in a strange state, cycling across the U.S.A.
Uitgeverij Warner books
ISBN 0 7515 0575 7

Dit is alweer het derde boek wat ik van haar lees en ik moet zeggen, dat deze leuker om te lezen was dan de vorige in Engeland.
In dit boek fietst ze een aantal maanden door Amerika en wat ik vooral interessant vond is haar tocht op een aantal Hawaiiaanse eilanden befietst.
Ze begint in elk geval aan de westkust waarlangs ze een stukje naar beneden fiets. Het lijkt wel of ze een magneet voor vreemde mensen is want de personen die zij tegenkomt op haar tochten, kan ik in het wild nooit vinden. Ze weet er in elk geval wel leuk over te schrijven.
Een hoop plaatsen die ze noemt, zeggen me niets en wat ik jammer vind is dat deze niet op de kaartjes in het boek staan. De kaartjes en tekeningen in het boek zijn absoluut een verrijking, maar dan moeten er wel de plaatsen opstaan die ze noemt. En dat terwijl er soms plaatsen opstaan die ze juist niet noemt in de tekst.
Zoals al aangegeven vind ik haar beschrijving van het fietsen op een aantal eilanden in de Hawaï groep erg interessant. Ik wist weinig van die cultuur, omgeving en leefwijze en die doet ze erg goed uit de doeken. Met de juiste mate van achtergrond en detail.
Waar ze wel vaak de nadruk op legt is de moord, verkrachting en misdaad, kortom de donkere kant van de samenleving. Misschien omdat ze zelf al veel heeft meegemaakt op dit vlak en ook hier gaat het weer bijna mis. De campings waar ze over schrijft zijn vaak een soort van vuilnisbelten waar de crew van 'Resident evil' toevallig een weekendje viert. Ze maakt daarbij dingen mee die ik absoluut nooit zou doen of allang weer doorgereden was. Het is een stoere vrouw!
Na Hawaï gaat ze door midden Amerika door en met name het laatste stuk wordt een beetje afgeraffeld, wat ik erg jammer vind. Het leek wel of het even snel af moest of dat het te dik werd. Zeker niet consistent met het begin.
Desondanks wil ik het boek zeker aanraden want het leest erg lekker weg. En het is gemakkelijk op de 2e hands markt te vinden voor een paar euro's.
Samuel Jobse
Blik op de Annapurna
Uitgeverij 'Eigen beheer'
ISBN 978-90-8834-446-6

In deze tijden van internet is het heel gemakkelijk om een eigen boek(je) uit te geven en gelukkig doen veel reizigers dat nu ook. Een ervan is Samuel Jobse, die op de fiets vanuit Nederland naar de Himalaya is gefietst, waarbij een grote omweg is gemaakt in India.
Het boek van Samuel is leuk geschreven en leest erg vlot. Het is ruimschoots geïllustreerd met (zwart-wit) foto's die de teksten passend ondersteunen.
Als ik het lees kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat Samuel ook wel eens een boek van Frank van Rijn heeft gelezen. En als dit niet zo is, dat is de stijl toevalligerwijs erg op elkaar lijkend. Niet dat dit een nadeel is, want de tekst is er niet minder om maar veel is in de ik-vorm en af en toe direct naar de lezer toe geschreven.
Wat ik leuk vond is dat Samuel regelmatig veel achtergrondinformatie geeft van de plaatsen of het gebied waar hij doorheen fietst. En niet alleen de leuke belevenissen vertelt maar ook soms de minder leuke. Het is zeker niet langdradig want hij beschrijft 22.000 kilometer in een dikke honderd bladzijden. Ik had het boek dan ook in een dag uit.
Wat mij betreft hadden er wel wat meer detailkaartjes aanwezig mogen zijn. Nu wordt op twee bladzijden (ongeveer één A4) de complete reis weergegeven. Leuk voor het overzicht, maar liever zie ik bijvoorbeeld een kaartje per land met de voornaamste steden aangegeven.
Al met al een aanrader om te lezen als je wilt weten hoe het is om zo lang en zo ver onderweg te zijn op de fiets. Meer informatie in deze post
Frank van Rijn
De rode kangeroe
Uitgeverij Elmar
ISBN 90389 05440

Via marktplaats kon ik vrij goedkoop aan dit boek van onze schrijvende fiets avonturier (of fietsende avontuur schrijver) komen en het was de investering waard.
Een tijdje geleden heb ik een ander boek van een fietser in Australië gelezen (Roff Smith, Cold beer and crocodiles), dus een aantal stukken kwamen mij wel bekend voor.
Wat ik leuk vond aan het boek zijn de gedetailleerde kaartjes. Ik vind het leuk om tijdens het lezen precies te traceren waar hij zit. Ook staan er veel (voornamelijk zwart-wit) foto's in het boek. En aangezien een plaatje meer zegt dan duizend woorden, verhoogt dit mijn leesvreugde behoorlijk.
Het is een bijzonder man, die Frank van Rijn. Ten eerste heb ik het gevoel dat hij schrijft wat hij denk. Af en toe krijg ik het gevoel dat ik in zijn hoofd meereis. Ten tweede doet hij toch wel bijzondere dingen en heeft een aparte manier van beleven. Uren door het zand ploegen is voor hem een genot (als hij maar alleen is). En zijn fiets, beladen met 40+ kg, een rotspad opduwen vindt hij geen straf. De dingen die hij doet zijn af en toe op het onverantwoorde af.
Toch weet hij het leuk te beschrijven, het boek leest gemakkelijk en geeft net voldoende detail informatie. Ik schrijf 'net' want soms had er voor mij wel wat meer informatie mogen staan dan het oppervlakkige wat hij aangeeft.
In het boek gaat hij vanuit Melbourne (rechtsonder) langs de kust omhoog tot Brisbane. Daarna steekt hij schuin middendoor naar Alice Springs en dan naar Perth (links onder). En dat is geen alledaags ritje. Hoge temperaturen, tekort aan water en altijd die vliegen. Maar echte pech, zoals bijvoorbeeld in 'de gouden capuchon' maakt hij deze keer niet mee.
Josie Dew
Slow coast home
Uitgeverij Time Warner
ISBN 0 316 85362 3

Josie Dew kan gezien worden als de Engelse Frank van Rijn maar dan in een vrouwelijke vorm. Ze wordt ook wel vergeleken met Bill Brison omdat die de neiging heeft om op dezelfde manier te reizen en te schrijven.
Ik had al eerder het boek 'The wind in my wheels' (De wind in mijn wielen) van haar gelezen en heb me nu door 'Slow coast home' geworsteld. Ik zeg expres geworsteld want het boek heeft meer dan 450 pagina's en dat zijn er, wat mij betreft, ongeveer 200 te veel.
Ze volgt de Engelse kustlijn rond op de fiets. Wat leuk is aan haar boek is dat het voor mij heel herkenbaar is. Ik ben vaak in Engeland geweest en bij veel van de plaatsen die ze noemt komt bij mij een herinnering boven drijven. Ook de kleine stukjes verklaring, historie en uitleg die ze geeft bij plaatsen en gebeurtenissen maken het interessant.
Wat me tegenstaat is het feit dat het erg langdradig wordt en ze vaak in een herhaling van oninteressant gebeurtenissen valt. Waarom die genoemd worden is me niet altijd duidelijk. Ze is ook héél erg negatief over het Engelse weer. Als je haar leest, dan zul je niet snel geneigd zijn om in Engeland te gaan fietsen terwijl het er toch heel erg mooi kan zijn. Ook haar continue hetze tegen de automobilisten komt steeds weer terug.
Al met al geeft het wel een goed beeld over hoe het is om met de fiets onderweg te zijn in Engeland. Veel verschillende landschappen, aardige, maar soms ook vreemde mensen, volle campings, kamperen bij particulieren en de soms erg steile wegen die het land heeft.

Het boek is erg gemakkelijk en goedkoop te vinden op de 2e hands markt, bijvoorbeeld via abebooks.